Kafka, voor een leefbaar Vilvoorde!

Toen ik in 2014 in Vilvoorde kwam wonen, vond ik er een aangenaam en bij wijlen drukke Leuvensestraat terug. De winkelstraat zou mijn thuis worden en ik vond het er best gezellig. Winkels dichtbij, niet te ver van het station, op een boogscheut van Brussel en makkelijk bereikbaar met de wagen.

Je kan hier op een zondag in je bloten door de straat lopen en niemand zal je opmerken”, klinkt het soms bij de Fabri en Café The Must. Vilvoorde heeft iets typisch, wat andere steden niet hebben. Spaanse feesten, de Jaarmarkt, een onverwachte Braderie, … de inwoners verbinden vlot de verschillende nationaliteiten en beoordelen zonder schroom wat reilt en zeilt.

Vilvoorde heeft ook een stadsbestuur met een visie. En over die visie wil ik het hebben. Een nostalgicus ben ik niet, noch verlang ik naar een verleden die waarschijnlijk nooit heeft bestaan. Een Vilvoorde zonder Brussel, dat bestaat nu eenmaal niet. Dat pure Vilvoorde heeft nooit bestaan, ook niet ten tijde van Jan van Casembroot.

Ik ben niet getogen noch geboren in Vilvoorde. Ik zat er niet op school. Ik woonde en studeerde in Brugge en daarna in Brussel en Madrid. Mijn overgrootvader leefde ook enige tijd in Vilvoorde, in een straat die nu ingenomen is door de Woluwelaan. Maar welk Vilvoorde hij toen vond, dat ging in de chaos van het verleden verloren. Enkele impressies deel ik graag met je.

Ik kijk naar mijn straat en ik aanschouw hoe snel de zaken kunnen veranderen. De stad heeft in amper 2 jaar tijd het geroezemoes van een bijenkorf (met alle voor -en nadelen) van zich afgeschud. De winkelstraat ligt er vandaag doods bij. Met uitzondering van een pop-up winkel die als een eenzame paddenstoel zich even tussen het gras uit laat zien, sluiten winkels gestaag. Met mondjesmaat worden ze vervangen door grote affiches die de leegstand benadrukken. In andere gevallen openen zich gelegenheden voor de nieuwe, modieuze roker. Winkels die aanvoelen als een B-film met een witte overbelichte achtergrond én ruiken als een slecht geparfumeerde bloemwinkel eisen hun plaats op.

De chocoladewinkel die Vilvoordse specialiteiten aanbood hield het maar enkele weken vol en de pittazaak die staat te koop. Mister Minit klaagde toen de werken begonnen, maar zijn gejammer is nooit meer weggeëbd. De man van de droogkuis is het moe en afficheert in grote letters zijn frustratie met het stadsbestuur. De kapper die knikt ’s morgens goeiedag en praat bedenkelijk over de veranderingen. Something is rotten in the kingdom of Vilvoorde.

Ik zag een echte barbier de deur openen. Waar vroeger Neuhaus was is nu een broodjeszaak. Een schoenenwinkel zag het licht. Jawel, Vilvoorde is niet dood. Toegang tot de Leuvensestraat is er niet meer gekomen. Iedere zaterdagmorgen is stiller dan voorheen. Het gezoem die stond voor een constante maar aangename drukte is weg. Vandaag ploeter je door de modder, onderweg naar het station, door een onafgewerkte Leuvensestraat.

Ik ben een vrij man, jawel, een burger die gelooft in rechten en plichten. Maar je kan je moeilijk een vrij man voelen in Vilvoorde dezer dagen, wanneer je, een week na het openstellen van de Leuvensestraat en tegen alle afspraken in, een paaltje ziet die je de toegang tot je woonst opnieuw blokkeert. Ik kan niet meer geloven in rechten en plichten wanneer er zonder communicatie en tegen alle afspraken in een deel van een straat voor alle verkeer wordt afgesloten met “veiligheid” als reden.

Ik kan niet meer aan mijn woonst, behalve dan op de uren aangeduid door het Gemeentebestuur. Op zondag kan ik niet meer laden of lossen, ook al is er geen kat in de straat. Wanneer ik dan uiteindelijk bel naar de verantwoordelijke bij de Administratie hoor ik dat er “inderdaad onvoldoende is gecommuniceerd”, maar dat “dat deze week nog zal gebeuren” en “de brief ligt klaar”. Op mijn brief naar de Burgemeester en de Schepen is nooit geantwoord. De werken slepen aan en dat doen ze nog steeds. Als klap op de vuurpijl worden tijdens het telefonisch gesprek alle zonden ook nog eens in de schoenen van de aannemer geduwd, aangezien “dit al enige tijd geleden besproken was met hem”, maar “hij de borden niet heeft geplaatst”. Oeps, betreft dit dan geen bewarende maatregel?

De explosieve cocktail van onwetendheid, amateurisme en arrogantie die hier werd voorgeschoteld heeft ook een hoge prijs. Apcoa is de nieuwe parkeergod en, mijn god, dat hebben we pas laat geweten. Een flyer tussen de reclamefolders deed me schrikken: een nieuw parkeerbeleid zou binnenkort in voege treden. Dat de communicatie te wensen overliet, daar was de Vilvoordse pers het over eens. Het aspect dat een bewonerskaart meer dan het dubbel zou kosten dan voorheen, werd minder belicht. Dat ook meer Vilvoordenaars de bijdrage zouden gaan betalen, werd pas na een petitie duidelijk belicht.

Jawel, ik ben een constructief man. Mijn vraag is dan: hoe kan je in Vilvoorde overleven zonder wagen? Openbaar vervoer is tijdrovend, wispelturig en de frequentie laat te wensen over. Cargovil heeft zoals vele bedrijfsterreinen een beperkte busdienst (één tot enkele ritten per uur, afhankelijk van het moment van de dag). Triestig feit is dat dit land meer en meer een land wordt gemaakt op maat van leerkrachten en ambtenaren. Woon je in Vilvoorde, dan heb je zowel een abonnement nodig van De Lijn, NMBS en de MIVB om je te bewegen. Iedereen die in shifts werkt, flexibele uren heeft, ’s avonds doorwerkt of eens een avondje uit wil in Brussel heeft het aards moeilijk zonder wagen. De prijs om mobiel te zijn in Vilvoorde en Brussel is hoog.

Maar laat ons eerlijk zijn, een debat ten gronde wordt niet gevoerd, of toch niet publiekelijk. Wie in Vilvoorde vroeg ooit om een ondergrondse parking? Wie stond ’s morgens op en zei: “God, ik denk dat we alle problemen kunnen oplossen door hier een parking onder te schuiven”. Vilvoorde heeft (en had) heel wat open ruimtes. De lokroep van de projectontwikkelaars is sterk, maar het antwoord van het Stadsbestuur is mediocre, een visie kan je dit niet meer noemen.

In 2012 kondigde Marc Van Asche aan dat er een ondergrondse parking zat aan te komen. In een proefproject 5 jaar geleden kwam al het inkomensverlies bij het autovrij maken van de Leuvensestraat aan het licht. Nu steunt CD&V actief de actiecomités tegen de ondergrondse parking. Mobiliteit in Vilvoorde kleurt inderdaad groen, maar dan niet van jaloesie.

Vandaag kwam de spreekwoordelijke druppel. In het even aftandse kantoortje als het vorige parkeerbedrijf is enkel het gezicht van de dame die me te woord staat gewijzigd. Voor me sakkert in het Frans een jonge kerel die zijn 50 EUR voor een bewonerskaart betaalt en ook nog eens verneemt dat voor de tweede wagen het nu 100 EUR is. Mij bevestigt de dame dat ik nu niet meer in de Nowélei kan parkeren, ook al woon ik er praktisch naast. Ik lig nu in zone B, aan de verkeerde kant. Pech gehad. Een eigen garage? Graag, maar welke en waar in de buurt zijn er beschikbaar? En de prijs, beste Hans?

Hoogmoed heeft altijd een prijs, maar misschien niet in de politiek. De vraag is dus op wie ik ga stemmen bij de volgende verkiezingen in Vilvoorde. Op de goeie, zoals ze altijd zeggen… Misschien moet ik toch zelf eens opkomen…

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *