De week van Bert: Kruidvat, Martini en Stimorol

Rekken ogen rommelig, voetpoeder is zoek, duplo stapelt zich op op de grond, snoep ligt op kijkafstand van ontharingscrème. Tussen de rommel die achteraan de winkel wordt aangeboden, vind ik eindelijk wat ik zoek: vliegenvangers. Plakkerig en effectief. Terwijl drie tienermeisjes giechelend het aanbod Durex van dichtbij bestuderen, overvalt een Déjà-Vu gevoel me. De Nederlandse kruidenierszaak heeft zich dan toch, 15 jaar na de Chinese overname, ontpopt tot een heuse Chinese bazaar. Chinese winkeltjes die 10 jaar geleden overal in Madrid als paddenstoelen uit de grond schoten, bleken in vele gevallen dekmantels voor de import van namaak. Verschil is dat, in Vilvoorde, de merken Europees zijn, al is de productie voor vele zaken dat al lang niet meer.

Minder goed gaat het bij Blokker, waar ik vooral lege en herschikte rekken vind. De Bazaarsfeer is er al lang uit en de kleine dikke tv-schermen, die door het aflezen van oude VHS cassettes mirakelproducten aanprijzen, behoren al enige tijd tot het verleden. Een nieuw concept moet de Blokker winkels helpen, de verkoop van andere winkelsketens uit de holding zoals Leenbakker kan het concern redden. Dure potten en pannen vind je bij Blokker wel nog, Dreft in overvloed, maar de Leifheit Laminaatreiniger kon ik vorig jaar alleen online bestellen en afhalen in Grimbergen. Ik neem vandaag het laatste doosje anti-mug tabletten mee. Blokker in City2 te Brussel gaat in Augustus dicht; Vilvoorde gaat dicht in September. De vraag “waarvoor moet ik bij Blokker zijn” heeft geen antwoord meer.

Een bazaarsfeer vind je gegarandeerd ook bij Stad Brussel, waar binnenkort opnieuw menig verkozene kan kiezen en afdingen op mandaten en beheersfuncties bij overheids -en parastatale instanties. Al is de kersverse burgemeester nog op zoek naar een geschikte locatie, want “location is everything” en verkozen kandidaten zijn er in overvloed. In de Centrale Hallen kan je voor dergelijke onderhandeling al lang niet meer terecht, want dit pareltje werd in de jaren 50, onder leiding van Paul Vanden Boeynants, platgelegd en vervangen door het steriele Parking 58. Van slagerszoon tot bergbeklimmer, in Brussel verandert alles, behalve de zin tot het opzetten van ingewikkelde constructies op de rug van de minderbegoede.

Het is natuurlijk allemaal een kwestie van smaak. De in 2004 gesloopte Martini Toren, officieel gekend als Centre International Rogier, heeft zijn naam te danken aan de neonreclame die de toren jarenlang sierde. Het gaf tevens onderdak aan de Martiniclub, de exclusieve disco waar VDB en Charly De Pauw jarenlang zaken deden. De juiste sfeer, voor het juiste type deals. Een goede onderhandeling vereist ook de nodige privacy, ook al liggen de glorietijden van de Prince Albert Club al even achterwege.

Zaterdagavond, eindelijk. Police Academy wordt bruusk onderbroken voor reclame. Onze leefwereld heeft zich verplaatst van de straat naar de beeldbuis. De neonreclame die het Brusselse straatbeeld sierde is volledig de stad uit, of toch bijna. Een koppeltje ligt onder een pak lakens en terwijl het licht de kamer binnenvalt, sluipt een jonge kerel het bed uit zonder zijn partner wakker te maken. Beneden, aan de trappen, komt hij in het zicht een andere jonge man, zichtbaar van ongeveer dezelfde leeftijd, die aan het ontbijten is. Onze vluchtende sportieveling ziet geen andere uitweg en neem het pakje Stimorol, waarop staat “Best Mom Ever” en gooit het naar de kerel aan de ontbijttafel.

Ogilvy Parijs noemt de reclame een “ijsbreker” in familiesetting. Welk ijs dan weer gebroken moet worden, wordt niet beschreven. Voor de Jury voor Ethische Praktijken (JEP) gaat een pikante foto met Pommeline in tegen de waardigheid van de vrouw, omdat het “beeld van de vrouw in een houding als verleidster, in combinatie met de term ‘Joueuse’, duidelijk een seksuele toespeling bevat” en dus “vrouwen herleidt tot een lustobject”. Stimorol blijkt enkel een discussie op gang te trekken, maar dan wel het soort discussie dat Macron in zijn jeugdjaren zou hebben.

Perceptie of sfeer, ik kan verkeerd zijn, maar voor de goede smaak hoef je niet op Stimorol te kauwen.

Kafka, voor een leefbaar Vilvoorde!

Toen ik in 2014 in Vilvoorde kwam wonen, vond ik er een aangenaam en bij wijlen drukke Leuvensestraat terug. De winkelstraat zou mijn thuis worden en ik vond het er best gezellig. Winkels dichtbij, niet te ver van het station, op een boogscheut van Brussel en makkelijk bereikbaar met de wagen.

Je kan hier op een zondag in je bloten door de straat lopen en niemand zal je opmerken”, klinkt het soms bij de Fabri en Café The Must. Vilvoorde heeft iets typisch, wat andere steden niet hebben. Spaanse feesten, de Jaarmarkt, een onverwachte Braderie, … de inwoners verbinden vlot de verschillende nationaliteiten en beoordelen zonder schroom wat reilt en zeilt.

Vilvoorde heeft ook een stadsbestuur met een visie. En over die visie wil ik het hebben. Een nostalgicus ben ik niet, noch verlang ik naar een verleden die waarschijnlijk nooit heeft bestaan. Een Vilvoorde zonder Brussel, dat bestaat nu eenmaal niet. Dat pure Vilvoorde heeft nooit bestaan, ook niet ten tijde van Jan van Casembroot.

Ik ben niet getogen noch geboren in Vilvoorde. Ik zat er niet op school. Ik woonde en studeerde in Brugge en daarna in Brussel en Madrid. Mijn overgrootvader leefde ook enige tijd in Vilvoorde, in een straat die nu ingenomen is door de Woluwelaan. Maar welk Vilvoorde hij toen vond, dat ging in de chaos van het verleden verloren. Enkele impressies deel ik graag met je.

Ik kijk naar mijn straat en ik aanschouw hoe snel de zaken kunnen veranderen. De stad heeft in amper 2 jaar tijd het geroezemoes van een bijenkorf (met alle voor -en nadelen) van zich afgeschud. De winkelstraat ligt er vandaag doods bij. Met uitzondering van een pop-up winkel die als een eenzame paddenstoel zich even tussen het gras uit laat zien, sluiten winkels gestaag. Met mondjesmaat worden ze vervangen door grote affiches die de leegstand benadrukken. In andere gevallen openen zich gelegenheden voor de nieuwe, modieuze roker. Winkels die aanvoelen als een B-film met een witte overbelichte achtergrond én ruiken als een slecht geparfumeerde bloemwinkel eisen hun plaats op.

De chocoladewinkel die Vilvoordse specialiteiten aanbood hield het maar enkele weken vol en de pittazaak die staat te koop. Mister Minit klaagde toen de werken begonnen, maar zijn gejammer is nooit meer weggeëbd. De man van de droogkuis is het moe en afficheert in grote letters zijn frustratie met het stadsbestuur. De kapper die knikt ’s morgens goeiedag en praat bedenkelijk over de veranderingen. Something is rotten in the kingdom of Vilvoorde.

Ik zag een echte barbier de deur openen. Waar vroeger Neuhaus was is nu een broodjeszaak. Een schoenenwinkel zag het licht. Jawel, Vilvoorde is niet dood. Toegang tot de Leuvensestraat is er niet meer gekomen. Iedere zaterdagmorgen is stiller dan voorheen. Het gezoem die stond voor een constante maar aangename drukte is weg. Vandaag ploeter je door de modder, onderweg naar het station, door een onafgewerkte Leuvensestraat.

Ik ben een vrij man, jawel, een burger die gelooft in rechten en plichten. Maar je kan je moeilijk een vrij man voelen in Vilvoorde dezer dagen, wanneer je, een week na het openstellen van de Leuvensestraat en tegen alle afspraken in, een paaltje ziet die je de toegang tot je woonst opnieuw blokkeert. Ik kan niet meer geloven in rechten en plichten wanneer er zonder communicatie en tegen alle afspraken in een deel van een straat voor alle verkeer wordt afgesloten met “veiligheid” als reden.

Ik kan niet meer aan mijn woonst, behalve dan op de uren aangeduid door het Gemeentebestuur. Op zondag kan ik niet meer laden of lossen, ook al is er geen kat in de straat. Wanneer ik dan uiteindelijk bel naar de verantwoordelijke bij de Administratie hoor ik dat er “inderdaad onvoldoende is gecommuniceerd”, maar dat “dat deze week nog zal gebeuren” en “de brief ligt klaar”. Op mijn brief naar de Burgemeester en de Schepen is nooit geantwoord. De werken slepen aan en dat doen ze nog steeds. Als klap op de vuurpijl worden tijdens het telefonisch gesprek alle zonden ook nog eens in de schoenen van de aannemer geduwd, aangezien “dit al enige tijd geleden besproken was met hem”, maar “hij de borden niet heeft geplaatst”. Oeps, betreft dit dan geen bewarende maatregel?

De explosieve cocktail van onwetendheid, amateurisme en arrogantie die hier werd voorgeschoteld heeft ook een hoge prijs. Apcoa is de nieuwe parkeergod en, mijn god, dat hebben we pas laat geweten. Een flyer tussen de reclamefolders deed me schrikken: een nieuw parkeerbeleid zou binnenkort in voege treden. Dat de communicatie te wensen overliet, daar was de Vilvoordse pers het over eens. Het aspect dat een bewonerskaart meer dan het dubbel zou kosten dan voorheen, werd minder belicht. Dat ook meer Vilvoordenaars de bijdrage zouden gaan betalen, werd pas na een petitie duidelijk belicht.

Jawel, ik ben een constructief man. Mijn vraag is dan: hoe kan je in Vilvoorde overleven zonder wagen? Openbaar vervoer is tijdrovend, wispelturig en de frequentie laat te wensen over. Cargovil heeft zoals vele bedrijfsterreinen een beperkte busdienst (één tot enkele ritten per uur, afhankelijk van het moment van de dag). Triestig feit is dat dit land meer en meer een land wordt gemaakt op maat van leerkrachten en ambtenaren. Woon je in Vilvoorde, dan heb je zowel een abonnement nodig van De Lijn, NMBS en de MIVB om je te bewegen. Iedereen die in shifts werkt, flexibele uren heeft, ’s avonds doorwerkt of eens een avondje uit wil in Brussel heeft het aards moeilijk zonder wagen. De prijs om mobiel te zijn in Vilvoorde en Brussel is hoog.

Maar laat ons eerlijk zijn, een debat ten gronde wordt niet gevoerd, of toch niet publiekelijk. Wie in Vilvoorde vroeg ooit om een ondergrondse parking? Wie stond ’s morgens op en zei: “God, ik denk dat we alle problemen kunnen oplossen door hier een parking onder te schuiven”. Vilvoorde heeft (en had) heel wat open ruimtes. De lokroep van de projectontwikkelaars is sterk, maar het antwoord van het Stadsbestuur is mediocre, een visie kan je dit niet meer noemen.

In 2012 kondigde Marc Van Asche aan dat er een ondergrondse parking zat aan te komen. In een proefproject 5 jaar geleden kwam al het inkomensverlies bij het autovrij maken van de Leuvensestraat aan het licht. Nu steunt CD&V actief de actiecomités tegen de ondergrondse parking. Mobiliteit in Vilvoorde kleurt inderdaad groen, maar dan niet van jaloesie.

Vandaag kwam de spreekwoordelijke druppel. In het even aftandse kantoortje als het vorige parkeerbedrijf is enkel het gezicht van de dame die me te woord staat gewijzigd. Voor me sakkert in het Frans een jonge kerel die zijn 50 EUR voor een bewonerskaart betaalt en ook nog eens verneemt dat voor de tweede wagen het nu 100 EUR is. Mij bevestigt de dame dat ik nu niet meer in de Nowélei kan parkeren, ook al woon ik er praktisch naast. Ik lig nu in zone B, aan de verkeerde kant. Pech gehad. Een eigen garage? Graag, maar welke en waar in de buurt zijn er beschikbaar? En de prijs, beste Hans?

Hoogmoed heeft altijd een prijs, maar misschien niet in de politiek. De vraag is dus op wie ik ga stemmen bij de volgende verkiezingen in Vilvoorde. Op de goeie, zoals ze altijd zeggen… Misschien moet ik toch zelf eens opkomen…