De week van Bert: dagdromen is normaal

Na uren voor het scherm, staar ik moe voorbij de texteditor. Ik kijk recht op de kruidtuin waar wat wandelaars snellen door het park zonder om zich heen te kijken. Een dagdroom. Even weg uit het saaie bestaan van vergaderingen, mails en deadlines. Wetenschappers hebben na jaren dan toch bevestigd wat ze als kind als lang wisten: dagdromen is normaal, het is zelfs gezond voor ons brein.

Ik blijf in de verte staren en zie het lege asfalt die de Rogiertunnel met de Kruidtuintunnel verbindt. Zelfs mijn dagdromend brein merkt dat iets niet klopt. Het Rogierplein ligt nu al enkele weken open terwijl vooruitgang schaars blijft. De rust van het plein staat in schril contrast met de chaos in de straten rondom het plein. Tegen de late middag wordt het dan toch officieel, de Rogiertunnel is gesloten door vallende brokstukken. Dagdromen in Brussel kan gevaarlijk zijn, zeker wanneer je je in de Brusselse tunnels begeeft.

Geen schade, noch gewonden, dat ligt vooral aan het feit dat Brusselse bestuurders al wat geoefend zijn; het is niet de eerste keer dat de Rogiertunnel dicht gaat, laat staan dat vallende brokstukken een uitzondering aan het Brusselse firmament zouden zijn. Een goede twee weken terug ging de Rogiertunnel dicht door overstromingen, in februari van dit jaar was er een probleem met de ventilatie en in januari was de tunnel gesloten door een brand in een technische ruimte. In 2016 was er de soap rond de Stefaniatunnel, die onverhoopt dicht moest. Nazicht in Brussel, als dat er al is, kan best zonder plannen, want de documenten dienden ondertussen als voer voor de muizen. In 2015 was er zelfs sprake om de Leopold-II tunnel te sluiten nadat de hemel letterlijk naar beneden kwam.

Ik ontsnap tussen twee regenbuien door aan de dagelijkse sleur. Aan de Primark in Brussel staan al lang geen rijen meer tot buiten, zoals bij de opening eind 2014, al blijft de winkel zoemen met jonge tieners en fashionistas. De winkelketen biedt de laatste trends aan zeer lage prijzen. Het aanbod in de winkel wisselt steeds en dat werkt een grote omzet in de hand. En dat moet wel, want de Nieuwstraat behoort tot de duurste winkellocaties in België. Net voor ik de Hema voorbijwandel, struikel ik over de losliggende tegels terwijl de modder sporen nalaat op mijn schoenen en broek. De in 2015 aangekondigde heraanleg van de Nieuwstraat is er nog steeds niet, terwijl de erbarmelijke toestand van de straat al minstens 10 jaar het verschil maakt met Mechelen of de Meir in Antwerpen.

Zoals alles in het leven, is het een kwestie van prioriteiten en consistent beleid. Het is leuk extra fietspaden aan te kondigen, maar des te pijnlijker als je de huidige infrastructuur al niet kan of wil onderhouden. De Brusselse tunnels in ere herstellen zou tot één miljard euro kunnen kosten. Brussel krijgt al decennia lang federaal geld via Beliris voor Mobiliteit, maar weigert dit te gebruiken voor het onderhoud van de tunnels. In een poging de Federale en Vlaamse overheid onder druk te zetten, betreedt de Brusselse regering de piste van toltunnels.

Brussel heeft 11km tunnels, Madrid heeft er onder de M-30 alleen meer dan 43km geopend in 2007. De discussie over de kostprijs leeft nog steeds en een onderzoekscommissie werd begin dit jaar aangekondigd om pricegauging en verduistering van gelden te onderzoeken. In Madrid leeft nu wel consensus dat het tunnelcomplex een leefbaar en vooral bereikbaar Madrid ten goede komt. Wanneer Pascal Smet dan ook aangeeft de 11km aan tunnels binnen 10 jaar te willen sluiten, onderstreept dit alleen maar de strategische onder-investering in infrastructuur in het Brusselse. De autovrije zone in het centrum moet als de kers op de taart worden gezien, zeker wanneer een Brusselse chef besluit een plaats voor haar restaurant te zoeken buiten Brussel door de dalende omzet.

Restaurants zijn dan al moeilijk te bereiken in Brussel, helemaal ondergedoken werken ze in Caracas, waar chefs hun klanten bij hen thuis ontvangen. Het was Tom Waes die, met z’n programma Reizen Waes, Vlaanderen een indruk gaf van de huidige situatie in Venezuela. Toen vorige week de nieuwe grondwettelijke vergadering de werkzaamheden begon, was van democratie al lang geen sprake meer. Betogers richten hun grieven niet aan Maduro, maar aan de legerleiding zelf. En daar zit het probleem en de oplossing.

Chávez, zelf een militair, loog niet toen hij een Bolivariaanse revolutie aankondigde. Simón Bolívar zocht steeds de absolute macht, voerde oorlog “tot de dood” in een gruwelijke burgeroorlog met duizenden executies van zowel burgers als gevangenen, gaf opdracht tot het leegplunderen van steden en stichtte een dictatuur met een personencultus waar zelfs jaren later Marx aanstoot aan nam. De regio zag een groot menselijk kapitaal verdwijnen, hetzij vermoord of uitgeweken. Zo’n 200 jaar later herhaalt de geschiedenis zich. 1,5 miljoen venezolanen verlieten hun vaderland op zoek naar betere tijden. Meer dan de helft van de venezolanen leeft in armoede.

Terwijl de aanvallen op toeristen al enige tijd opduiken in de Spaanse pers, werd het vorige week wereldkundig gemaakt door de VRT. Verschillende bussen werden in Barcelona vernield en beklad, op de balearen werden hotels geviseerd en in San Sebastian dreigt Bildú, de politieke arm van ETA, met verdere acties tijdens lokale feesten. In Italië worden touristen al vaker als een overlast gezien. Verschil is echter dat de acties in Spanje oorsprong vinden in extreem linkse organisaties, met name Arran. Kale Borroka is terug, maar dan nu tegen toeristische organisaties en bedrijven. De linkse Burgemeester van Barcelona, verbonden met Podemos, reageerde amper en wou enkel overgaan tot overleg.

Brussel daarentegen is nog steeds niet volledig de aanslagen te boven gekomen. Hier jagen we, met uitzondering van de restauranthouders in de Rue des Bouchers, de toeristen nog niet weg. Integendeel.

De week van Bert: Geachte Catharina, Beste Hypatia,

De nacht kondigt al zacht zijn aankomst aan wanneer ik een smalle, verharde weg oprij. De wind maakt de weg vrij voor de donkere, dreigende wolken die de warme gloed van de Barbecue waarschuwen dat het feest wel eens van korte duur kan zijn. Op enkele minuten van de afrit, waar de snelweg het begin en het einde van beschaving aankondigt, had ik nooit gedacht het gevoel van een Argentijnse Asado terug te vinden. Onder hetzelfde dak delen vijf paarden, een pony, twee honden en de spelende kinderen de veiligheid die het babbelende gezelschap uitstraalt.

Wanneer ik het erf oploop zijn alle genodigden druk bezig het buffet klaar te zetten. Aan een olievat straalt de gastheer rust uit wanneer hij ook mijn stuk vlees op het vuur legt. Hoe ik het wil? “Saignant”. En jawel, de asador van dienst brengt een perfect gebakken stuk terug. Er heerst een gevoel van aanvaarding. Iedereen is blij elkaar terug te zien.

Meer dan eens start een filosofisch gesprek op een plaats waar iedereen elkaar ontmoet. En zo ook tijdens het afsluiten van de dag, wachtend aan het toilet. Er is maar één toilet. Verlicht door een nachtlampje, wordt me duidelijk dat onze groep uitzonderlijk is, want we beseffen dat we allemaal verschillend zijn. Ik geef een kus aan de gastvrouw en vertrek, ondersteund door de duisternis, de nacht in.

Het is vreemd hoe iets wat we allemaal kennen en gebruiken, plots als een splijtzwam komt bovendrijven. Het toilet is reeds het onderwerp van wetsvoorstellen in Noord Carolina, waar het bezoek aan het toilet gelinkt is aan je geslacht op je geboortecertificaat. Transseksualiteit, Transgender, een mens is niet zwart of wit. Tot 2% van de geboortes wijkt af van het binaire man/vrouw gegeven. Fysiek, want niet iedereen zet goed in z’n vel.

Iedere cultuur gaat anders om (Trans)seksualiteit en het is eigenlijk helemaal geen nieuw gegeven. En toch, er lijkt plots haast bij te zijn. Het nieuwe woord in onze samenleving is Genderneutraliteit. En dat resulteert, zo moet ik lezen, na meer dan 2 jaar beraadslaging bij de Vlaamse overheid, nu ook in gender neutrale toiletten. Ook de Nederlandsche Spoorwegen willen voor meer inclusie zorgen en vervangen daarom het gevestigde “Dames en Heren” door “Best Reiziger”. “Geachte Heer/mevrouw” wordt voor de Gemeente Amsterdam binnenkort “Geachte bewoner”. Voor Transport of London is “Ladies and Gentlemen” niet meer van vandaag.

Het verhaal wringt. Welke willen we hiermee bereiken? Nog niet zo lang geleden werden wetten gestemd om vrouwentoiletten in fabrieken en werkplekken te verplichten. Zorgen we voor meer aanvaarding, of nemen we gewoon het gênante moment weg waar iemand moet uitleggen waarom hij toch (terecht of onterecht) het vrouwentoilet binnenloopt. Door “Dames en Heren” te verlagen tot het niveau van “Dag Allemaal” erkennen we interseks en transgender helemaal niet, we gaan de groep gewoon uit te weg. Een discussie van wat (en wie) man of vrouw is, alsook wat we van elkaar (mogen) verwachten, is nog steeds aan de orde.

Plannen veranderen en zo eindig ik zondagavond in de visverkopersstraat, waar ik van een lekkere Thaise maaltijd geniet. “Ik ben vandaag gedumpt”, zegt de jonge vrouw voor me, terwijl ze gespannen haar Pad Thai naar binnen slikt. Net terug uit Polen, waar een hittegolf heerst, heeft ze het blijkbaar koud. Haar witte zomerjas verlaat haar geen moment . Ze heeft nood aan iets sterkers en dat begrijp ik.

Na een Chimay en een Picon Vin Blanc slenteren we samen het Sint-Katelijneplein op. Catharina van Alexandrië, patroonheilige van meer dan 22 beroepsgroepen, trekt zich ook het lot van de ongetrouwde vrouwen aan. En ondanks dat het aantal singles ieder jaar stijgt, één miljoen Vlamingen is naar schatting alleenstaand, gaat het Vrouwe Catharina niet zo voor de wind. Sinds 1969 wordt ze niet meer in de heiligenkalender opgenomen, bij gebrek aan historische bronnen. De oorsprongkelijke 15de eeuwse kerk werd afgebroken in 1893. De website van de huidige Sint-Katelijnekerk rept met geen woord over haar. En waar in godsnaam zijn de Catherinettes gebleven?

Een week kan wegen en soms kan wandelen het bestaan verlichten. We staan voor de Sint-Katelijnekerk even stil. Dat het leven van Catharina een weerspiegeling zou kunnen zijn van Hypatia (van Alexandrië), wordt evenmin in de verf gezet. Hypatia doceerde wiskunde en filosofie, astronomie en was tevens hoofd van de neoplatonistische school van Alexandrië. Ze werd op gruwelijke wijze vermoord door Christelijke strijders. Het einde van de klassieke oudheid.

Zonder het goed te beseffen en terwijl we de brandhoutkaai aflopen, neurie ik het liedje “Complainte pour ste catherine” van Kate & Anna Mcgarrigle. Laat ons de geschiedenis niet herschrijven; spreek mij maar aan met “Geachte Heer”. En neem terloops ook eens de tijd om mijn buur te vragen hoe zij wenst aangesproken te worden.

 

Moi j’me promène sous Ste-Catherine

J’profite de la chaleur du métro

Je n’me regarde pas dans les vitrines

Quand il fait trente en dessous d’zéro

Y’a longtemps qu’on fait d’la politique

Vingt ans de guerre contre les moustiques

Je ne me sens pas intrépide

Quand il fait fret, j’fais pas du ski

J’ai pas d’motel aux Laurentides

Le samedi, c’est l’soir du hockey

Y’a longtemps qu’on fait d’la politique

Vingt ans de guerre contre les moustiques

Faut pas croire que j’suis une imbécile

Parce que j’chauffe pas une convertible

La gloire, c’est pas mal inutile

Au prix de gaz, c’est trop pénible

Y’a longtemps qu’on fait d’la politique

Vingt ans de guerre contre les moustiques

On est tous frères puis ça, ça donne

Qu’on a toujours eu du bon temps

Parce qu’on reste sur la terre des hommes

Même les femmes et les enfants

Y’a longtemps qu’on fait d’la politique

Vingt ans de guerre contre les moustiques

Croyez pas qu’on n’est pas chrétien

Le dimanche on promène son chien

 

De week van Bert: Niveauverschil op de Marollen

July 2017 Brussels Skyline

Een slapeloze nacht. Zonder reden en zonder oorzaak bleef ik maar piekeren. In mijn rondje nachtelijk zappen kwam ik terecht op de RTBF. Het is rond middernacht wanneer gezang in oude kleuren het tv-scherm siert. Een brusselaar vertelt. “De la Marolle à la Roepstrotche” van Alexandre Keresztessy, geeft het volkse Brussel van 1974 weer. Kermesse, de foor, gelach en goed eten. De eigenheid en eigenzinnigheid van de Marollen, en diens bewoners, wordt tentoongesteld. Er wordt gepraat in het Frans en gezongen in het Nederlands. De gastvrijheid en openheid onderstreept de geschiedenis en verscheidenheid.

De zon komt schuchter op en worstelt zich een plaats aan de horizon. Tussen twee regenvlagen door vlieg ik de Proxy Delhaize binnen. De kassierster heeft amper aandacht voor de aanschuivende klanten wanneer ze mijn weinige items inscant, terwijl ze parmantig blijft flirten met de verantwoordelijke voor de automatische kassa’s die op enkele meters staat. Haar donkere krullen geven aan dat je het leven niet zo zwaar moet nemen. De kleuren van haar lippen doen dan weer denken aan Nicki Minaj. Bij het weergeven van het totaalbedrag, blijft ze gewoon staren.

Nederlands hebben ze bij Delhaize Manhattan nog nooit gesproken, ook niet toen ik in 2002 in de Pelikaanstraat kwam wonen. Ook bij de Carrefour Market in City2 hebben ze me nooit aangesproken in het Nederlands, laat staan dat het personeel me ooit een vriendelijke “prettige dag” heeft gewenst. Van gastvrijheid en openheid is hier geen sprake. De stad verandert en zo ook haar inwoners en de gebruiken.

Het defilé markeert het feest van de Belgische staat en de Natie. Eén van de weinige constanten in de Belgische geschiedenis. De afwezigheid van regen ten voordele van een uitbundige zon bevestigt de klimaatsverandering. Ik zet de pijl goed en span de boog. Wat een goed idee om even te ontspannen. Tussen het boogschieten door hoor ik uit eerste hand het reilen en zeilen op de Brusselse middelbare scholen. Ik schiet naast het doel; ieder begin is moeilijk. Het gedrag van de leerlingen, hun desinteresse voor de materie en vooral, het steeds dalende niveau. Er wordt noch deftig Nederlands, noch deftig Frans door de leerlingen gesproken. Attitude is een probleem. Ouders zijn vaak afwezig en de taal onkundig. Maar nieuw is het probleem helemaal niet.

Naast de Belgische vlag staat de Koning voor de Vlaamse Leeuw, de Brusselse Iris en de Waalse Haan. En toch. Het model van twee taalgemeenschappen staat al enige tijd onder druk; Arabisch (18%) is na het Frans (88%), Engels (29%) en het Nederlands (23%), de vierde taal in de hoofdstad. Eén op tien spreekt noch Engels, noch Frans, noch Nederlands. Inertie is de oplossing bij uitstek in de Brusselse politiek voor dit gegeven. Activatiebeleid is er nauwelijks via Actiris, laat staan een aanzet tot integratie. Wereldwijd zijn er voorbeelden genoeg hoe een efficiënt integratiebeleid te voeren. Zo slagen Canada en Israël erin diverse groepen snel op de been te brengen en te laten integreren in multiculturele omgevingen. Het vooruitzicht van een nieuw vluchtelingenkamp in Brussel stemt me triest.

Actief is de Brusselse politiek dan wel weer in andere materie. Wanneer in 2015 Els Ampe de aanleg van een parking onder het Vossenplein aankondigt, steigeren de inwoners in de Marollen. Samen met de voetgangerszone, wordt een onbestaand stadsbeeld opgedrongen die de inwoners niet eigen is. Te veel protest? Dan maar een snel een geïmproviseerde parking op een andere locatie. Of gewoon een uitbreiding van een bestaande parking? Ook dit is een probleem van niveau, meer bepaald dan van het ondermaatse niveau van onze verkozenen. Voor dit type projecten is van inertie geen sprake.

Het laatste restje authentiek Brussel mag dan wel even rusten, het voortbestaan is helemaal niet verzekerd.

De week van Bert: Kruidvat, Martini en Stimorol

Rekken ogen rommelig, voetpoeder is zoek, duplo stapelt zich op op de grond, snoep ligt op kijkafstand van ontharingscrème. Tussen de rommel die achteraan de winkel wordt aangeboden, vind ik eindelijk wat ik zoek: vliegenvangers. Plakkerig en effectief. Terwijl drie tienermeisjes giechelend het aanbod Durex van dichtbij bestuderen, overvalt een Déjà-Vu gevoel me. De Nederlandse kruidenierszaak heeft zich dan toch, 15 jaar na de Chinese overname, ontpopt tot een heuse Chinese bazaar. Chinese winkeltjes die 10 jaar geleden overal in Madrid als paddenstoelen uit de grond schoten, bleken in vele gevallen dekmantels voor de import van namaak. Verschil is dat, in Vilvoorde, de merken Europees zijn, al is de productie voor vele zaken dat al lang niet meer.

Minder goed gaat het bij Blokker, waar ik vooral lege en herschikte rekken vind. De Bazaarsfeer is er al lang uit en de kleine dikke tv-schermen, die door het aflezen van oude VHS cassettes mirakelproducten aanprijzen, behoren al enige tijd tot het verleden. Een nieuw concept moet de Blokker winkels helpen, de verkoop van andere winkelsketens uit de holding zoals Leenbakker kan het concern redden. Dure potten en pannen vind je bij Blokker wel nog, Dreft in overvloed, maar de Leifheit Laminaatreiniger kon ik vorig jaar alleen online bestellen en afhalen in Grimbergen. Ik neem vandaag het laatste doosje anti-mug tabletten mee. Blokker in City2 te Brussel gaat in Augustus dicht; Vilvoorde gaat dicht in September. De vraag “waarvoor moet ik bij Blokker zijn” heeft geen antwoord meer.

Een bazaarsfeer vind je gegarandeerd ook bij Stad Brussel, waar binnenkort opnieuw menig verkozene kan kiezen en afdingen op mandaten en beheersfuncties bij overheids -en parastatale instanties. Al is de kersverse burgemeester nog op zoek naar een geschikte locatie, want “location is everything” en verkozen kandidaten zijn er in overvloed. In de Centrale Hallen kan je voor dergelijke onderhandeling al lang niet meer terecht, want dit pareltje werd in de jaren 50, onder leiding van Paul Vanden Boeynants, platgelegd en vervangen door het steriele Parking 58. Van slagerszoon tot bergbeklimmer, in Brussel verandert alles, behalve de zin tot het opzetten van ingewikkelde constructies op de rug van de minderbegoede.

Het is natuurlijk allemaal een kwestie van smaak. De in 2004 gesloopte Martini Toren, officieel gekend als Centre International Rogier, heeft zijn naam te danken aan de neonreclame die de toren jarenlang sierde. Het gaf tevens onderdak aan de Martiniclub, de exclusieve disco waar VDB en Charly De Pauw jarenlang zaken deden. De juiste sfeer, voor het juiste type deals. Een goede onderhandeling vereist ook de nodige privacy, ook al liggen de glorietijden van de Prince Albert Club al even achterwege.

Zaterdagavond, eindelijk. Police Academy wordt bruusk onderbroken voor reclame. Onze leefwereld heeft zich verplaatst van de straat naar de beeldbuis. De neonreclame die het Brusselse straatbeeld sierde is volledig de stad uit, of toch bijna. Een koppeltje ligt onder een pak lakens en terwijl het licht de kamer binnenvalt, sluipt een jonge kerel het bed uit zonder zijn partner wakker te maken. Beneden, aan de trappen, komt hij in het zicht een andere jonge man, zichtbaar van ongeveer dezelfde leeftijd, die aan het ontbijten is. Onze vluchtende sportieveling ziet geen andere uitweg en neem het pakje Stimorol, waarop staat “Best Mom Ever” en gooit het naar de kerel aan de ontbijttafel.

Ogilvy Parijs noemt de reclame een “ijsbreker” in familiesetting. Welk ijs dan weer gebroken moet worden, wordt niet beschreven. Voor de Jury voor Ethische Praktijken (JEP) gaat een pikante foto met Pommeline in tegen de waardigheid van de vrouw, omdat het “beeld van de vrouw in een houding als verleidster, in combinatie met de term ‘Joueuse’, duidelijk een seksuele toespeling bevat” en dus “vrouwen herleidt tot een lustobject”. Stimorol blijkt enkel een discussie op gang te trekken, maar dan wel het soort discussie dat Macron in zijn jeugdjaren zou hebben.

Perceptie of sfeer, ik kan verkeerd zijn, maar voor de goede smaak hoef je niet op Stimorol te kauwen.