De week van Bert: Mannenpraat bij de koffie

Tussen mensen maar toch alleen, zo kan ook een koffiepauze op het werk aanvoelen. In de open ruimte was de eenzaamheid van de flexibele collega en thuiswerkende nomade nog nooit zo duidelijk. Een bakje troost kan helpen, zelfs een instant soepje wordt door het bedrijf aangeboden. Toch regent het, zowel buiten als binnen. Ook ondergronds kan het water met zijn gemoed geen weg. Spoormannen leren zwemmen en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen denkt na hoe de afstand van het nieuw geopend kanaal Brussel-Noord Brussel-Luxemburg te overbruggen.

Aan de ronde tafeltjes zit ik samen met een collega en overleg de te volgen scenario’s. We staren samen voor ons uit en aanschouwen de treinen die het station binnen en buiten rollen. Een trein zonder pendelaars kan nooit te laat zijn. Hoe hard we ook proberen, de koffie kan de kartonsmaak niet overstijgen. Tijdens een pauze spreek je eigenlijk niet over het werk, wat het de plaats bij uitstek maakt om het wel te doen. Roode Pelikaan is wat hier de klok slaat.

Troost biedt de Pelikaan niet, fierheid straalt anno 2017 het merk evenmin uit. In 2014 werd de Vlaamse naam opgegeven en gaat de koffie door het leven als Pelican Rouge. Klinkt niet goed in andere talen was de redenering. Alsof Douwe Egberts wel goed in het Engels of Frans zou klinken. Maar goed, smaken verschillen. De prijs natuurlijk ook. In datzelfde jaar zou Autobar opgaan in Pelican Rouge en zo krijgt het bedrijf toegang tot een groot, maar toen verlieslatend, netwerk van automaten met allerhande dranken en versnaperingen.

Mijn collega is opgelucht. Het gesprek begint los te lopen en hij neemt nog een bekertje koffie. Zijn zoon is geslaagd en kan op zoek naar werk. “Telkens als ie een vrouwelijke leerkracht had, had ik schrik”. Ik knik begrijpend. Zijn zoon heeft een vorm van autisme. “Met een mannelijke leerkracht gaat het goed”. Zijn zoon niet de enige die moeilijkheden ondervindt door dit onevenwicht. “Maar vooral bij de evaluatie en de omgang met zijn reactie door vrouwelijke leerkrachten loopt het fout”. Ik begrijp het. Hij kijkt verbaasd dat ik hem begrijp.

Rode Pelikaan is een van oorsprong Antwerps merk. Dit gezegd zijnde, worden de koffiebonen gebrand in Dordrecht en daar is ook de hoofdzetel gevestigd. Tijdens een pint, na het werk, valt het op: vrienden en collega’s hebben het steeds meer over Roode Pelikaan. Refter-koffie. Het bedrijf is aan een heuse expansie bezig. De smaak wordt echter niet gesmaakt. “Ooit gaf Sodexo een alternatief in de vorm van Douwe Egberts,” vertrouwd een vriendin me toe terwijl ze nostalgisch koffie zet. “Nu gaan we zelf Italiaanse koffie op het werk zetten, buiten de koffiemachine om. Het mag wel niet, maar bon…”

Studenten moeten met iedereen leren omgaan”, zeg ik dan. “Alleen krijgen ze steeds minder feedback van mannelijke leerkrachten”. En dat is een probleem. In Nieuw-Zeeland gaf in 2007 Vice-Chanchellor van de College of Education aan de University of New Zeeland kort en bondig aan dat meer mannen nodig zijn in het onderwijs. Strong role models for both genders are important in terms of balance: Seeing strong male and female role models help to develop healthy notions of femininity and masculinity.Niet alleen dit, zo gaat ie verder, maar jongens presteren over het algemeen slechter dan meisjes.

Recent gaf mijn Portugese poetsvrouw haar favoriete koffie prijs: Delta koffie. Misschien niet hét merk bij uitstek, maar de smaak doet het voor haar. Spanjaarden hebben hun merk, net zoals ieder Latijns-Amerikaanse land hun roast heeft. Maar welk merk doet het nog in Vlaanderen? Op welk merk kun je fier naar het buitenland zeggen: dit is onze koffie. Het is teleurstellend.

In 2007 geeft een Nederlandse studie dan weer aan dat de vervrouwelijking van het onderwijs geen invloed heeft op de prestaties of attitudes van leerlingen in het lager onderwijs. In 2011 krijgt een studie van de OESO hier aandacht in de pers wanneer de Volkskrant het heeft over een echter “jongenscrisis”. Jongens zijn actiever, gaan vaker in op een uitdaging, maar zijn ook gebaat met meer beweging. De problematiek met betrekking tot ADHD moet een teken aan de wand zijn.

Ook in de UK is het probleem van het dalend aantal jongens die doorgroeit binnen het middelbaar richting de universiteit reden voor zorg. Nick Hillman, conservatief adviseur, heeft het in een studie over de beperkte doorgroei van jongens naar het hoger onderwijs. 56% van de studenten aan universiteiten is vrouwelijk. Meerdere studies wijzen op de functie als rolmodel van de mannelijke leerkracht en gaan dieper in op een complex probleem.

Vandaag is in het basisonderwijs in Vlaanderen 86% van de leerkrachten vrouwelijk. In het secondair onderwijs vertegenwoordigen vrouwen 62% van het onderwijzend personeel. Maar al snel wordt dit debat, net zoals een debat over Roundup, gecountered in Vlaanderen met studies en visieteksten die aangeven dat je het allemaal verkeerd hebt begrepen, namelijk dat het markeren van de vervrouwelijking van het onderwijs als probleem onterecht of op z’n best beperkt is.

In 2003 gaat een Doctoraatsstudie aan de VUB in op de gevolgen van de vervrouwelijking van het onderwijs. Daarin wordt -in de samenvatting- gesteld dat “het geslacht van de leerkrachten, noch dit van de directie vertoont enig verband [toont] met de cognitieve prestaties van leerlingen.” De studie gaat verder en stelt dat “jongens van een lagere arbeidsethiek, een negatiever toekomstbeeld en een lager zelfbeeld [eigen zijn] naarmate zij meer vrouwelijke leerkrachten hebben”. Het loont de moeite om het vervolg te lezen, want de studie neemt dit gegeven aan om dit aan de hand van data verder te analyseren -data die ontbreekt- en neemt dit als reden om de relatie niet ten volle te willen bevestigen:

We moeten daarom concluderen dat er mogelijk een verband bestaat tussen de visie op traditionele rolpatronen, het zelfbeeld, het toekomstbeeld en het schoolwelbevinden van leerlingen en de sekseratio van leerkrachten, maar we kunnen dit op basis van onze data niet met volledige zekerheid bevestigen.

Het blad Klasse voor leerkrachten ging al vaker in op het thema en laat in een artikel van 2010 een aantal leerkrachten aan het woord. Het artikel wordt afgesloten door Jessy Siongers, onderzoekster aan de VUB, wanneer ze stelt dat “Uit onze onderzoeken blijkt dat er geen enkele belangrijke invloed is van het geslacht van leraren op de prestaties van leerlingen.” Ze gaat verder door te stellen dat “Ook op algemene houdingen zoals burgerzin heeft de man-vrouwverhouding van het lerarenkorps geen effect”.

Je arbeidsethiek, zelfbeeld, toekomstbeeld en welbevinden bepalen in grote mate hoe je als student omgaat met je schoolresultaten, i.e. je prestatie. Stopt een student of probeert ie opnieuw? Gelooft ie in een betere wereld of laat ie alles zo maar belopen? Deze vaststelling, die in de studie als een secondaire conclusie wordt weggeschreven is dermate belangrijk dat ze alle andere argumenten overstijgt. Ook de bevinding dat vervrouwelijking geen invloed heeft op prestaties.

Er is wel degelijk een verschil is tussen mannelijke en vrouwelijke leerkrachten. De verschillen zijn groter dan de consensus die de Vlaamse academische wereld voor waarheid wil aannemen. Ik geef ook les. Ik werk in het bedrijfsleven én ik geef les. Als jongens het slechter doen, wil dit dan fundamenteel zeggen dat jongens dommer zijn dan meisjes? Waarschijnlijk niet; mannen ontwikkelen zich anders. Als meisjes minder carrière maken, wil dit dan zeggen dat ze minder gemotiveerd zijn? Integendeel. Hoe worden prioriteiten en lessenplannen binnen het onderwijs bepaald? En vooral: wat is het uitgangspunt van studies, lessenplannen en de omkadering in het algemeen? Zijn mannen en vrouwen gelijk of aanvaarden we de verschillen?

Misschien verwoord ik het te simplistisch wanneer ik stel “Monkey see, monkey do”. Peuters, kleuters, leerlingen, studenten, werknemers. Allemaal kopiëren ze onbewust gedrag en nemen dit mee in hun bagage voor de toekomst. Belangrijker dan verbale communicatie is de non-verbale communicatie. Hoe we als docent reageren, ons gedrag, een onbewuste reactie, het speelt allemaal een rol. Onze overtuiging, de impliciete kijk op de wereld, hoe we in de wereld staan,… ieder element bepaalt de interactie met studenten. Kinderen, leerlingen en studenten observeren, kopiëren en destilleren een attitude en kijk op de wereld. Ze reageren, gaan spiegelen of juist afkeren. Jongens én meisjes. Ook dit is bewezen.

Als we naar een weerspiegeling van de samenleving willen gaan, moeten we aanvaarden dat we allemaal deel uitmaken van een continuüm waar bepaalde van onze gedragingen en karaktereigenschappen naar (meer) mannelijk neigen en anderen als meer vrouwelijk worden bestempeld. Kortweg: er zijn meisjes die leren, groeien, denken en vechten als jongens… en omgekeerd natuurlijk ook, zonder daar conclusies over seksualiteit en ontwikkeling aan te moeten koppelen.

Wat vandaag ontbreekt in het onderwijs zijn leerkrachten, vrouwelijke en mannelijke leerkrachten, die het in het leven gemaakt hebben. Als je gemotiveerd wordt door de makkelijke uren en de aangename combinatie privé-werk, dan sta je beter niet voor de klas. Toch kom ik vaak leerkrachten en docenten tegen die zonder visie of enig ideaal in het leven staan. Vergeet het lessenplan. Ik zoek vrouwelijke leerkrachten die een carrière achter de rug hebben, hun mannetje stonden in de bedrijfswereld en zaken hebben verwezenlijkt. Ik zoek mannelijke leerkrachten die schilderen, poëzie voorlezen en literatuur durven bewonderen en delen met studenten.

Over smaken en kleuren valt moeilijk te discussiëren. Toch neemt men vaak een debat over onderwijs als een aankoopproces van koffie. Valselijk objectief. Ik kies dan maar voor thee. Zelfde debat, maar je weet waar je aan toe bent.

De week van Bert: zachte heelmeesters en stinkende wonden

Schaarbeek bij Valavond

Het is zonnig in Brussel en niemand, behalve de internationale pers, lijkt echt onder de indruk van de sterke woorden van President Trump aan Kim Jong-Un. Of beter, ik was niet onder de indruk. De dag start dan ook ontspannen met een glaasje champagne en de belofte van een heerlijke maaltijd brengt het gesprek op gang. Het kon op restaurant, maar de kwaliteit en de prijs zijn er niet naar. Dan maar thuis. Al meer dan 25 jaar dreigt de communistische dictatuur met het vernietigen van hun aardsvijand. Is er dan eens een president die durft te antwoorden, zij het wat off-script, dan wordt hij met alle zonden van Israel beladen.

Ik overhandig het verjaarscadeau. De zon breekt door de wolken en met een lekkere groentesoep wordt de dag goed ingezet. Er is consensus, beide leiders hebben elkaar gevonden. De sterke woorden van Trump geven Kim Jong-Un de kans om zijn positie thuis te versterken. Ook voor de achterban van Trump kunnen harde woorden steeds op sympathie rekenen. Oorlog voor Trump zou zelfs een opsteker kunnen zijn. Een witte wijn uit de Rias Baixas streek zorgt voor een fruitige en frisse toets. De mosselen worden geserveerd. Met een oud-voetballer aan tafel en een Barça-fan als jarige, valt snel een taboe. De discussie is hevig.

Neymar is amper 25 jaar oud en verdiende in 2016 bij Barcelona zo’n 38 miljoen euro. Hiermee verdiende hij 4.760 keer meer dan de gemiddelde werknemer in Brazilië, of zo’n 1.450 keer meer dan het gemiddelde salaris in Spanje. Een benadering natuurlijk, want je moet nog rekening houden met belastingen. Maar ook daar had de sterspeler een oplossing voor. Of zo dacht hij toch, want in 2016 werd de ster veroordeeld tot het betalen van 45 miljoen EUR aan de Braziliaanse fiscus voor belastingontduiking. Maar, alles kan beter. Lionel Messi speelt, met z’n 30 jaar, de bal rond bij Barça voor zo’n 65 miljoen euro per jaar. De entourage van Neymar rook een kans. Meer dan een boete, werd Messi in 2016 veroordeeld tot 21 maanden cel.

Het dessert volgt. Turrón voor mij, taart in overvloed en een goede tas koffie om de sobremesa te starten. De overtuigingskracht van de hoofdspelers kan amper het niveau lagere school aan wanneer Neymar op een persconferentie aangeeft dat hij niet voor het geld de overstap naar PSG maakt. Dan maar de daad bij het woord voegen. En hij niet alleen. Ik zie graag alle voetballers naar hun werk gaan zoals vele van hun fans, die voor “de passie” iedere dag gaan werken aan niet meer dan een minimumloon, zich verplaatsen in een Skoda op afbetaling, eerlijk hun belastingen betalen en iedere maand rekenen om naast de huur en proviant ook nog iets te kunnen sparen. Vergeet Fair Play.

De vraag is niet of iemand zo veel kan of mag verdienen. De vraag is of de toegevoegde waarde die Neymar bijbrengt aan de samenleving wel de 54 miljoen euro jaarlijks zal overstijgen. Ik betwijfel het. En wat met al die rondfladderende managers, vertegenwoordigers en agenten? Zo zal Pini Zahavi, zonder veel lichamelijke arbeid, zo’n 30 à 35 miljoen meepikken in commissies. Dat brengt de totale waarde van de transfer tot boven 600 miljoen euro. Bovendien werd tijdens de persconferentie door de voorzitter van PSG benadrukt dat Neymar maar het topje van de ijsberg zal zijn. Dat belooft.

Ondertussen gaan de t-shirts van Neymar vlotjes de deur uit. De eerste dag werden meer dan 10.000 shirts verkocht met de naam en het rugnummer van de speler. Te koop aan 150 euro per stuk, gaan fans gaan vlot mee in dit verhaal en dat kan tellen. Volgens PSG is de waarde van de club met een half miljard gestegen. Toch kan je de vraag stellen van waar de transfer van Neymar zo plots uit de lucht kwam vallen. Van de T-shirtverkoop alleen zal PSG het niet redden. De overeenkomst was niet volledig droog of het noopte een zegsman van de Franse Overheid er toe te verklaren dat de transfer van Neymar niet meer is dan een doorzichtig maneuver van Qatar om het buitenlandse beleid te beïnvloeden. Ook dat spreekt boekdelen.

Qatar, eigenaar van PSG, wordt al decennia in verband gebracht met het financieren van terrorisme en werd in juni onder embargo geplaatst door zijn buurlanden. Maar het kleine land is machtig. Europa, en meer bepaald de Europese Unie, staat nog steeds toe dat het land aanzienlijke participaties neemt in strategische sectoren. Zo bezit het land aandelen in Volkswagen AG (17%), Sainsbury (22%), Tiffany’s (13%), Shell (2%) en 20% via Glencore in de Russische olieproducent Rosneft. Je kan je dan ook afvragen hoe het kan dat een staatssponsor van terroristische organisaties, zoals ISIS, die actief tegen ons gedachtengoed ten strijde trekken, ook een strategisch aandeel in de Europese economie kan bezitten en mee onze politiek vormgeeft.

Zo gaat het ook, om het niet over Syrië te hebben, met Venezuela. De grondwetgevende vergadering heeft nog maar het werk opgenomen wanneer het duidelijk wordt dat het jaren kan duren vooraleer er resultaat is, waarmee Venezuelade facto geen democratie meer is. De Verenigde Staten brachten al twee jaar geleden de link tussen de drugkartels en het Venezolaanse leger aan het licht en spraken systematisch sancties uit tegen sleutelfiguren en bedrijven uit het land. Vorige week werden de bezittingen van vooraanstaande figuren van het regime bevroren. En Trump zou Trump niet zijn als hij niet zou dreigen met meer.

De Europese Unie ging ook vorige week niet verder dan een verklaring waarin het de recente ontwikkelingen afkeurt. Sancties komen er niet.

Het Amerikaanse journaal voelde deze week dan weer oud en aanstangjagend aan. De slapende, duistere krachten van de Burgeroorlog worden opnieuw gevoed. Vraag is alleen, wie financiert deze organisaties? Wanneer in 1964 Lynden B. Johnson de Civil Rights Act ondertekende, zou hij tegen één van zijn medewerkers gezegd hebben “We have lost the South [to the GOP] for a generation.” De emancipatie van de zwarte gemeenschap in de Verenigde Staten zou het einde van de “Southern Democrat” met zich meebrengen. Racisme is in de States nooit veraf en Republikeinen surfen graag mee op de golven die de desegregatie in het zuiden sinds 1964 genereert. Segregatie is er officieel niet meer, toch zou het Republikeinse beleid de positie van de zwarten in de States niet verbeteren. Integendeel.

Trump is nauw verbonden met nationalistisch rechts in de States en meer bepaald met organisaties rond de (vroegere) Ku Kux Klan. Ook Putin is dat. Drie maanden geleden bevroor Trump fondsen voor organisaties die extreme groeperingen in de States in kaart brengen en bestrijden. Voor de GOP is de cirkel nu compleet; hun conservatieve vleugel werd overgenomen door wat we nu kennen als het alt-right. De linkervleugel maakt amper nog kans tijdens de voorverkiezingen. De ambiguïteit die ze na de Civil Rights Act in hun partij toelieten borrelt nu op. Trump zegt wat een groot deel van de Amerikanen denkt.

Het is vrijdagmorgen wanneer een vriend me vraagt om Al Jazeera op te zetten. De nieuwszender uit Qatar geeft ook live coverage van de aanslagen in Barcelona. De Spaanse publieke omroep had het over het voorbeeldig gedrag van alle burgers. Al Jazeera stond 10 minuten stil hoe toeristen lijden onder de maatregelen van de Catalaanse politie. Meer dan sensatie voel ik ook een zeker leedvermaak van de journalist. Terwijl ik dit neerschrijf en naar het Spaanse nieuws kijk, kan ik alleen maar vaststellen: Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.

De week van Bert: dagdromen is normaal

Na uren voor het scherm, staar ik moe voorbij de texteditor. Ik kijk recht op de kruidtuin waar wat wandelaars snellen door het park zonder om zich heen te kijken. Een dagdroom. Even weg uit het saaie bestaan van vergaderingen, mails en deadlines. Wetenschappers hebben na jaren dan toch bevestigd wat ze als kind als lang wisten: dagdromen is normaal, het is zelfs gezond voor ons brein.

Ik blijf in de verte staren en zie het lege asfalt die de Rogiertunnel met de Kruidtuintunnel verbindt. Zelfs mijn dagdromend brein merkt dat iets niet klopt. Het Rogierplein ligt nu al enkele weken open terwijl vooruitgang schaars blijft. De rust van het plein staat in schril contrast met de chaos in de straten rondom het plein. Tegen de late middag wordt het dan toch officieel, de Rogiertunnel is gesloten door vallende brokstukken. Dagdromen in Brussel kan gevaarlijk zijn, zeker wanneer je je in de Brusselse tunnels begeeft.

Geen schade, noch gewonden, dat ligt vooral aan het feit dat Brusselse bestuurders al wat geoefend zijn; het is niet de eerste keer dat de Rogiertunnel dicht gaat, laat staan dat vallende brokstukken een uitzondering aan het Brusselse firmament zouden zijn. Een goede twee weken terug ging de Rogiertunnel dicht door overstromingen, in februari van dit jaar was er een probleem met de ventilatie en in januari was de tunnel gesloten door een brand in een technische ruimte. In 2016 was er de soap rond de Stefaniatunnel, die onverhoopt dicht moest. Nazicht in Brussel, als dat er al is, kan best zonder plannen, want de documenten dienden ondertussen als voer voor de muizen. In 2015 was er zelfs sprake om de Leopold-II tunnel te sluiten nadat de hemel letterlijk naar beneden kwam.

Ik ontsnap tussen twee regenbuien door aan de dagelijkse sleur. Aan de Primark in Brussel staan al lang geen rijen meer tot buiten, zoals bij de opening eind 2014, al blijft de winkel zoemen met jonge tieners en fashionistas. De winkelketen biedt de laatste trends aan zeer lage prijzen. Het aanbod in de winkel wisselt steeds en dat werkt een grote omzet in de hand. En dat moet wel, want de Nieuwstraat behoort tot de duurste winkellocaties in België. Net voor ik de Hema voorbijwandel, struikel ik over de losliggende tegels terwijl de modder sporen nalaat op mijn schoenen en broek. De in 2015 aangekondigde heraanleg van de Nieuwstraat is er nog steeds niet, terwijl de erbarmelijke toestand van de straat al minstens 10 jaar het verschil maakt met Mechelen of de Meir in Antwerpen.

Zoals alles in het leven, is het een kwestie van prioriteiten en consistent beleid. Het is leuk extra fietspaden aan te kondigen, maar des te pijnlijker als je de huidige infrastructuur al niet kan of wil onderhouden. De Brusselse tunnels in ere herstellen zou tot één miljard euro kunnen kosten. Brussel krijgt al decennia lang federaal geld via Beliris voor Mobiliteit, maar weigert dit te gebruiken voor het onderhoud van de tunnels. In een poging de Federale en Vlaamse overheid onder druk te zetten, betreedt de Brusselse regering de piste van toltunnels.

Brussel heeft 11km tunnels, Madrid heeft er onder de M-30 alleen meer dan 43km geopend in 2007. De discussie over de kostprijs leeft nog steeds en een onderzoekscommissie werd begin dit jaar aangekondigd om pricegauging en verduistering van gelden te onderzoeken. In Madrid leeft nu wel consensus dat het tunnelcomplex een leefbaar en vooral bereikbaar Madrid ten goede komt. Wanneer Pascal Smet dan ook aangeeft de 11km aan tunnels binnen 10 jaar te willen sluiten, onderstreept dit alleen maar de strategische onder-investering in infrastructuur in het Brusselse. De autovrije zone in het centrum moet als de kers op de taart worden gezien, zeker wanneer een Brusselse chef besluit een plaats voor haar restaurant te zoeken buiten Brussel door de dalende omzet.

Restaurants zijn dan al moeilijk te bereiken in Brussel, helemaal ondergedoken werken ze in Caracas, waar chefs hun klanten bij hen thuis ontvangen. Het was Tom Waes die, met z’n programma Reizen Waes, Vlaanderen een indruk gaf van de huidige situatie in Venezuela. Toen vorige week de nieuwe grondwettelijke vergadering de werkzaamheden begon, was van democratie al lang geen sprake meer. Betogers richten hun grieven niet aan Maduro, maar aan de legerleiding zelf. En daar zit het probleem en de oplossing.

Chávez, zelf een militair, loog niet toen hij een Bolivariaanse revolutie aankondigde. Simón Bolívar zocht steeds de absolute macht, voerde oorlog “tot de dood” in een gruwelijke burgeroorlog met duizenden executies van zowel burgers als gevangenen, gaf opdracht tot het leegplunderen van steden en stichtte een dictatuur met een personencultus waar zelfs jaren later Marx aanstoot aan nam. De regio zag een groot menselijk kapitaal verdwijnen, hetzij vermoord of uitgeweken. Zo’n 200 jaar later herhaalt de geschiedenis zich. 1,5 miljoen venezolanen verlieten hun vaderland op zoek naar betere tijden. Meer dan de helft van de venezolanen leeft in armoede.

Terwijl de aanvallen op toeristen al enige tijd opduiken in de Spaanse pers, werd het vorige week wereldkundig gemaakt door de VRT. Verschillende bussen werden in Barcelona vernield en beklad, op de balearen werden hotels geviseerd en in San Sebastian dreigt Bildú, de politieke arm van ETA, met verdere acties tijdens lokale feesten. In Italië worden touristen al vaker als een overlast gezien. Verschil is echter dat de acties in Spanje oorsprong vinden in extreem linkse organisaties, met name Arran. Kale Borroka is terug, maar dan nu tegen toeristische organisaties en bedrijven. De linkse Burgemeester van Barcelona, verbonden met Podemos, reageerde amper en wou enkel overgaan tot overleg.

Brussel daarentegen is nog steeds niet volledig de aanslagen te boven gekomen. Hier jagen we, met uitzondering van de restauranthouders in de Rue des Bouchers, de toeristen nog niet weg. Integendeel.

De week van Bert: Geachte Catharina, Beste Hypatia,

De nacht kondigt al zacht zijn aankomst aan wanneer ik een smalle, verharde weg oprij. De wind maakt de weg vrij voor de donkere, dreigende wolken die de warme gloed van de Barbecue waarschuwen dat het feest wel eens van korte duur kan zijn. Op enkele minuten van de afrit, waar de snelweg het begin en het einde van beschaving aankondigt, had ik nooit gedacht het gevoel van een Argentijnse Asado terug te vinden. Onder hetzelfde dak delen vijf paarden, een pony, twee honden en de spelende kinderen de veiligheid die het babbelende gezelschap uitstraalt.

Wanneer ik het erf oploop zijn alle genodigden druk bezig het buffet klaar te zetten. Aan een olievat straalt de gastheer rust uit wanneer hij ook mijn stuk vlees op het vuur legt. Hoe ik het wil? “Saignant”. En jawel, de asador van dienst brengt een perfect gebakken stuk terug. Er heerst een gevoel van aanvaarding. Iedereen is blij elkaar terug te zien.

Meer dan eens start een filosofisch gesprek op een plaats waar iedereen elkaar ontmoet. En zo ook tijdens het afsluiten van de dag, wachtend aan het toilet. Er is maar één toilet. Verlicht door een nachtlampje, wordt me duidelijk dat onze groep uitzonderlijk is, want we beseffen dat we allemaal verschillend zijn. Ik geef een kus aan de gastvrouw en vertrek, ondersteund door de duisternis, de nacht in.

Het is vreemd hoe iets wat we allemaal kennen en gebruiken, plots als een splijtzwam komt bovendrijven. Het toilet is reeds het onderwerp van wetsvoorstellen in Noord Carolina, waar het bezoek aan het toilet gelinkt is aan je geslacht op je geboortecertificaat. Transseksualiteit, Transgender, een mens is niet zwart of wit. Tot 2% van de geboortes wijkt af van het binaire man/vrouw gegeven. Fysiek, want niet iedereen zet goed in z’n vel.

Iedere cultuur gaat anders om (Trans)seksualiteit en het is eigenlijk helemaal geen nieuw gegeven. En toch, er lijkt plots haast bij te zijn. Het nieuwe woord in onze samenleving is Genderneutraliteit. En dat resulteert, zo moet ik lezen, na meer dan 2 jaar beraadslaging bij de Vlaamse overheid, nu ook in gender neutrale toiletten. Ook de Nederlandsche Spoorwegen willen voor meer inclusie zorgen en vervangen daarom het gevestigde “Dames en Heren” door “Best Reiziger”. “Geachte Heer/mevrouw” wordt voor de Gemeente Amsterdam binnenkort “Geachte bewoner”. Voor Transport of London is “Ladies and Gentlemen” niet meer van vandaag.

Het verhaal wringt. Welke willen we hiermee bereiken? Nog niet zo lang geleden werden wetten gestemd om vrouwentoiletten in fabrieken en werkplekken te verplichten. Zorgen we voor meer aanvaarding, of nemen we gewoon het gênante moment weg waar iemand moet uitleggen waarom hij toch (terecht of onterecht) het vrouwentoilet binnenloopt. Door “Dames en Heren” te verlagen tot het niveau van “Dag Allemaal” erkennen we interseks en transgender helemaal niet, we gaan de groep gewoon uit te weg. Een discussie van wat (en wie) man of vrouw is, alsook wat we van elkaar (mogen) verwachten, is nog steeds aan de orde.

Plannen veranderen en zo eindig ik zondagavond in de visverkopersstraat, waar ik van een lekkere Thaise maaltijd geniet. “Ik ben vandaag gedumpt”, zegt de jonge vrouw voor me, terwijl ze gespannen haar Pad Thai naar binnen slikt. Net terug uit Polen, waar een hittegolf heerst, heeft ze het blijkbaar koud. Haar witte zomerjas verlaat haar geen moment . Ze heeft nood aan iets sterkers en dat begrijp ik.

Na een Chimay en een Picon Vin Blanc slenteren we samen het Sint-Katelijneplein op. Catharina van Alexandrië, patroonheilige van meer dan 22 beroepsgroepen, trekt zich ook het lot van de ongetrouwde vrouwen aan. En ondanks dat het aantal singles ieder jaar stijgt, één miljoen Vlamingen is naar schatting alleenstaand, gaat het Vrouwe Catharina niet zo voor de wind. Sinds 1969 wordt ze niet meer in de heiligenkalender opgenomen, bij gebrek aan historische bronnen. De oorsprongkelijke 15de eeuwse kerk werd afgebroken in 1893. De website van de huidige Sint-Katelijnekerk rept met geen woord over haar. En waar in godsnaam zijn de Catherinettes gebleven?

Een week kan wegen en soms kan wandelen het bestaan verlichten. We staan voor de Sint-Katelijnekerk even stil. Dat het leven van Catharina een weerspiegeling zou kunnen zijn van Hypatia (van Alexandrië), wordt evenmin in de verf gezet. Hypatia doceerde wiskunde en filosofie, astronomie en was tevens hoofd van de neoplatonistische school van Alexandrië. Ze werd op gruwelijke wijze vermoord door Christelijke strijders. Het einde van de klassieke oudheid.

Zonder het goed te beseffen en terwijl we de brandhoutkaai aflopen, neurie ik het liedje “Complainte pour ste catherine” van Kate & Anna Mcgarrigle. Laat ons de geschiedenis niet herschrijven; spreek mij maar aan met “Geachte Heer”. En neem terloops ook eens de tijd om mijn buur te vragen hoe zij wenst aangesproken te worden.

 

Moi j’me promène sous Ste-Catherine

J’profite de la chaleur du métro

Je n’me regarde pas dans les vitrines

Quand il fait trente en dessous d’zéro

Y’a longtemps qu’on fait d’la politique

Vingt ans de guerre contre les moustiques

Je ne me sens pas intrépide

Quand il fait fret, j’fais pas du ski

J’ai pas d’motel aux Laurentides

Le samedi, c’est l’soir du hockey

Y’a longtemps qu’on fait d’la politique

Vingt ans de guerre contre les moustiques

Faut pas croire que j’suis une imbécile

Parce que j’chauffe pas une convertible

La gloire, c’est pas mal inutile

Au prix de gaz, c’est trop pénible

Y’a longtemps qu’on fait d’la politique

Vingt ans de guerre contre les moustiques

On est tous frères puis ça, ça donne

Qu’on a toujours eu du bon temps

Parce qu’on reste sur la terre des hommes

Même les femmes et les enfants

Y’a longtemps qu’on fait d’la politique

Vingt ans de guerre contre les moustiques

Croyez pas qu’on n’est pas chrétien

Le dimanche on promène son chien

 

De week van Bert: Niveauverschil op de Marollen

July 2017 Brussels Skyline

Een slapeloze nacht. Zonder reden en zonder oorzaak bleef ik maar piekeren. In mijn rondje nachtelijk zappen kwam ik terecht op de RTBF. Het is rond middernacht wanneer gezang in oude kleuren het tv-scherm siert. Een brusselaar vertelt. “De la Marolle à la Roepstrotche” van Alexandre Keresztessy, geeft het volkse Brussel van 1974 weer. Kermesse, de foor, gelach en goed eten. De eigenheid en eigenzinnigheid van de Marollen, en diens bewoners, wordt tentoongesteld. Er wordt gepraat in het Frans en gezongen in het Nederlands. De gastvrijheid en openheid onderstreept de geschiedenis en verscheidenheid.

De zon komt schuchter op en worstelt zich een plaats aan de horizon. Tussen twee regenvlagen door vlieg ik de Proxy Delhaize binnen. De kassierster heeft amper aandacht voor de aanschuivende klanten wanneer ze mijn weinige items inscant, terwijl ze parmantig blijft flirten met de verantwoordelijke voor de automatische kassa’s die op enkele meters staat. Haar donkere krullen geven aan dat je het leven niet zo zwaar moet nemen. De kleuren van haar lippen doen dan weer denken aan Nicki Minaj. Bij het weergeven van het totaalbedrag, blijft ze gewoon staren.

Nederlands hebben ze bij Delhaize Manhattan nog nooit gesproken, ook niet toen ik in 2002 in de Pelikaanstraat kwam wonen. Ook bij de Carrefour Market in City2 hebben ze me nooit aangesproken in het Nederlands, laat staan dat het personeel me ooit een vriendelijke “prettige dag” heeft gewenst. Van gastvrijheid en openheid is hier geen sprake. De stad verandert en zo ook haar inwoners en de gebruiken.

Het defilé markeert het feest van de Belgische staat en de Natie. Eén van de weinige constanten in de Belgische geschiedenis. De afwezigheid van regen ten voordele van een uitbundige zon bevestigt de klimaatsverandering. Ik zet de pijl goed en span de boog. Wat een goed idee om even te ontspannen. Tussen het boogschieten door hoor ik uit eerste hand het reilen en zeilen op de Brusselse middelbare scholen. Ik schiet naast het doel; ieder begin is moeilijk. Het gedrag van de leerlingen, hun desinteresse voor de materie en vooral, het steeds dalende niveau. Er wordt noch deftig Nederlands, noch deftig Frans door de leerlingen gesproken. Attitude is een probleem. Ouders zijn vaak afwezig en de taal onkundig. Maar nieuw is het probleem helemaal niet.

Naast de Belgische vlag staat de Koning voor de Vlaamse Leeuw, de Brusselse Iris en de Waalse Haan. En toch. Het model van twee taalgemeenschappen staat al enige tijd onder druk; Arabisch (18%) is na het Frans (88%), Engels (29%) en het Nederlands (23%), de vierde taal in de hoofdstad. Eén op tien spreekt noch Engels, noch Frans, noch Nederlands. Inertie is de oplossing bij uitstek in de Brusselse politiek voor dit gegeven. Activatiebeleid is er nauwelijks via Actiris, laat staan een aanzet tot integratie. Wereldwijd zijn er voorbeelden genoeg hoe een efficiënt integratiebeleid te voeren. Zo slagen Canada en Israël erin diverse groepen snel op de been te brengen en te laten integreren in multiculturele omgevingen. Het vooruitzicht van een nieuw vluchtelingenkamp in Brussel stemt me triest.

Actief is de Brusselse politiek dan wel weer in andere materie. Wanneer in 2015 Els Ampe de aanleg van een parking onder het Vossenplein aankondigt, steigeren de inwoners in de Marollen. Samen met de voetgangerszone, wordt een onbestaand stadsbeeld opgedrongen die de inwoners niet eigen is. Te veel protest? Dan maar een snel een geïmproviseerde parking op een andere locatie. Of gewoon een uitbreiding van een bestaande parking? Ook dit is een probleem van niveau, meer bepaald dan van het ondermaatse niveau van onze verkozenen. Voor dit type projecten is van inertie geen sprake.

Het laatste restje authentiek Brussel mag dan wel even rusten, het voortbestaan is helemaal niet verzekerd.

De week van Bert: Kruidvat, Martini en Stimorol

Rekken ogen rommelig, voetpoeder is zoek, duplo stapelt zich op op de grond, snoep ligt op kijkafstand van ontharingscrème. Tussen de rommel die achteraan de winkel wordt aangeboden, vind ik eindelijk wat ik zoek: vliegenvangers. Plakkerig en effectief. Terwijl drie tienermeisjes giechelend het aanbod Durex van dichtbij bestuderen, overvalt een Déjà-Vu gevoel me. De Nederlandse kruidenierszaak heeft zich dan toch, 15 jaar na de Chinese overname, ontpopt tot een heuse Chinese bazaar. Chinese winkeltjes die 10 jaar geleden overal in Madrid als paddenstoelen uit de grond schoten, bleken in vele gevallen dekmantels voor de import van namaak. Verschil is dat, in Vilvoorde, de merken Europees zijn, al is de productie voor vele zaken dat al lang niet meer.

Minder goed gaat het bij Blokker, waar ik vooral lege en herschikte rekken vind. De Bazaarsfeer is er al lang uit en de kleine dikke tv-schermen, die door het aflezen van oude VHS cassettes mirakelproducten aanprijzen, behoren al enige tijd tot het verleden. Een nieuw concept moet de Blokker winkels helpen, de verkoop van andere winkelsketens uit de holding zoals Leenbakker kan het concern redden. Dure potten en pannen vind je bij Blokker wel nog, Dreft in overvloed, maar de Leifheit Laminaatreiniger kon ik vorig jaar alleen online bestellen en afhalen in Grimbergen. Ik neem vandaag het laatste doosje anti-mug tabletten mee. Blokker in City2 te Brussel gaat in Augustus dicht; Vilvoorde gaat dicht in September. De vraag “waarvoor moet ik bij Blokker zijn” heeft geen antwoord meer.

Een bazaarsfeer vind je gegarandeerd ook bij Stad Brussel, waar binnenkort opnieuw menig verkozene kan kiezen en afdingen op mandaten en beheersfuncties bij overheids -en parastatale instanties. Al is de kersverse burgemeester nog op zoek naar een geschikte locatie, want “location is everything” en verkozen kandidaten zijn er in overvloed. In de Centrale Hallen kan je voor dergelijke onderhandeling al lang niet meer terecht, want dit pareltje werd in de jaren 50, onder leiding van Paul Vanden Boeynants, platgelegd en vervangen door het steriele Parking 58. Van slagerszoon tot bergbeklimmer, in Brussel verandert alles, behalve de zin tot het opzetten van ingewikkelde constructies op de rug van de minderbegoede.

Het is natuurlijk allemaal een kwestie van smaak. De in 2004 gesloopte Martini Toren, officieel gekend als Centre International Rogier, heeft zijn naam te danken aan de neonreclame die de toren jarenlang sierde. Het gaf tevens onderdak aan de Martiniclub, de exclusieve disco waar VDB en Charly De Pauw jarenlang zaken deden. De juiste sfeer, voor het juiste type deals. Een goede onderhandeling vereist ook de nodige privacy, ook al liggen de glorietijden van de Prince Albert Club al even achterwege.

Zaterdagavond, eindelijk. Police Academy wordt bruusk onderbroken voor reclame. Onze leefwereld heeft zich verplaatst van de straat naar de beeldbuis. De neonreclame die het Brusselse straatbeeld sierde is volledig de stad uit, of toch bijna. Een koppeltje ligt onder een pak lakens en terwijl het licht de kamer binnenvalt, sluipt een jonge kerel het bed uit zonder zijn partner wakker te maken. Beneden, aan de trappen, komt hij in het zicht een andere jonge man, zichtbaar van ongeveer dezelfde leeftijd, die aan het ontbijten is. Onze vluchtende sportieveling ziet geen andere uitweg en neem het pakje Stimorol, waarop staat “Best Mom Ever” en gooit het naar de kerel aan de ontbijttafel.

Ogilvy Parijs noemt de reclame een “ijsbreker” in familiesetting. Welk ijs dan weer gebroken moet worden, wordt niet beschreven. Voor de Jury voor Ethische Praktijken (JEP) gaat een pikante foto met Pommeline in tegen de waardigheid van de vrouw, omdat het “beeld van de vrouw in een houding als verleidster, in combinatie met de term ‘Joueuse’, duidelijk een seksuele toespeling bevat” en dus “vrouwen herleidt tot een lustobject”. Stimorol blijkt enkel een discussie op gang te trekken, maar dan wel het soort discussie dat Macron in zijn jeugdjaren zou hebben.

Perceptie of sfeer, ik kan verkeerd zijn, maar voor de goede smaak hoef je niet op Stimorol te kauwen.

De Week van Bert: ancien régime hosties

Het leek er even op dat de vakantie nooit zou beginnen. Op het werk gaf de ene vergadering na de andere de indruk dat de zomer enkel nog garant staat voor een stijging in het gemiddelde maandelijkse temperatuur en het ongemak van de zomerse onweersbui. Dat in Spanje de hotelprijzen en vakanties weer op pre-crisis niveau kwamen, was in België veel minder nieuws . Zo stegen in Madrid de hotelprijzen maar liefst 32% ten opzichte van vorig jaar. Zou de World Pride daar iets mee te maken hebben? Meer dan 2,5 miljoen namen deel aan optochten en activiteiten in en rond de hoofdstad. De Spaanse economie mag dan wel het niveau van 2007 evenaren, het gemiddeld inkomen van de Spanjaard is niet of nauwelijks gestegen, integendeel. Voor een groot deel van de bevolking is vakantie nemen na de crisis nog duurder geworden.

Diegene die dan toch wat ontspanning en vertier zochten, konden zonder veel moeite terecht in Hamburg om Mutti Merkel te helpen met wat geforceerde stadsvernieuwing. Dat Extreem Linkse en Anarchistische bewegingen hierbij de SPD in een slecht daglicht stelden was leuk meegenomen. Een koekje van eigen deeg voor een stad dat een bastion is van Duits Links, zo moet Mutti gedacht hebben. En dat is ook goed nieuws voor de G-20, want de werkelijke problemen, aangeraakt door een rapport van de Bank of International Settlements, werden nauwelijks of niet besproken in de pers. De hoge schuldenberg, voornamelijk van China, en de hiermee gaande beperkte economische beslissingsmarge, waren aanleiding om te waarschuwen voor een nieuwe financiële crisis.

Het gevoel dat de tijden veranderen en vooral dat er geen zekerheden meer zijn, hebben we mede te danken aan de gebroeders Koch. Het boek Dark Money is een aanrader en vertelt als een thriller hoe deze heren een ancien régime beleid wisten in te voeren tegen de wil van de Amerikanen in. Onder het mantra van Libertarisme groepeerden ze zowel “oud geld” als “nieuw geld” in communistische cel-structuren om zo zowel academia als politieke grass roots mee te beïnvloeden. Geen sociale zekerheid, geen arbeidswetgeving, geen natuurbescherming en zeker geen belastingen.

Als het regent in de States, druppelt het in Europa. Wat dan als het óók regent in Parijs? Macron heeft Donald Trump uitgenodigd om de Franse Nationale Feestdag mee te vieren. En dat is ook logisch. De Verenigde Staten heeft een groot deel van zijn onafhankelijkheid te danken aan Frankrijk en de Franse Gilbert du Motier, Marquis de Lafayette. Helaas, aan het officiële portret van de nieuwe Franse president te zien, denk ik niet dat dit bovenaan de stapel met goede redenen lag.

De week eindigt met de indirecte excommunicatie van alle glutenintolerante en coeliakie gelovigen uit de Katholieke geloofsgemeenschap. De hostie, symbool voor het laatste avondmaal, kan wel genetisch gemanipuleerd tarwe bevatten, maar is in de regel niet glutenvrij. Dat de hostie dan een heuse verandering ondergaat door middel van transsubstantiatie, ofwel de “ verandering van brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus, die volgens de katholieke leer tijdens de eucharistieviering of Mis plaatsvindt”, wordt vandaag door velen als louter symbolische gebeurtenis aanzien. Al zorgt de nieuwe regel er nu voor dat menig gelovige de smaak en kracht van het Lichaam van Jezus wordt ontzegd.

Natuurlijk kan het ook dat de hosties tot voor de rondzendbrief niet van de juiste kwaliteit waren, waardoor ik nog nooit transsubstantiatie kon waarnemen. De symboliek van de mededeling dat genetisch gemanipuleerde tarwe wel kan, terwijl Paus Franciscus waarschuwt voor gevaarlijke allianties tijdens de G-20 top ten nadelen van de armen, toont de dubbele moraal van de katholieke kerk opnieuw aan.

Luister naar mijn woorden, maar kijk niet naar mijn daden.

Así será 2017: la pobreza intelectual se consolida

2017, desde mi realidad.

Habló en 1939 Frida Kahlo de los artistas franceses durante su estancia en palabras no muy halagadoras. En una de sus cartas a su amante Nickolas Muray, escribe “It was worthwhile to come here only to see why Europe is rottening, why all this people – good for nothing – are the cause of all the Hitlers and Mussolinis”. Empobrecidos y con la mirada puesta en la segunda guerra mundial, los artistas y el público francés no mostraron la apertura cultural que Frida esperaba encontrar en la capital galla.

Parece que las ondas de Kondrátiev se manifiestan de nuevo, también a nivel cultural. En una entrevista que data de 2012 y publicada en Youtube, carga el escritor y periodista mexicano Rafael Loret de Mola contra la falta de apertura hacia periodistas y escritores extranjeros de los periódicos y editores españoles. Según relata, México se abre más a escritores extranjeros que España a escritores mexicanos. Encontró en España un entorno cerrado y poco abierto a escritores del Nuevo Continente.

A pesar de los éxitos de Loret de Mola y quizás por su análisis crítico de las actuaciones de los más altos mandatarios mexicanos, él mismo indica durante la entrevista que tuvo dificultades en encontrar un editor para publicar su nuevo libro en México. Tuvo que recorrer a los nuevos medios para difundir sus ideas. Los editores evitan hoy con la misma elegancia de las empresas aseguradoras cualquier riesgo, minimizando así el riesgo económico y enfrentamiento con los dueños de los grandes conglomerados a los que pertenecen los editoriales hoy en día.

Sustentada por la concentración mediática y editorial que marcó la primera década del milenio y laureada por un grupo de mandatarios que prefieren la compañía de Rupert Murdoch al periodismo de investigación, se revela nuestra pobreza intelectual. La crítica profunda, ya casi por completo eliminada de la prensa generalista bajo el lema que ya no es más rentable, vale sólo cuando se ubica dentro de una franja preestablecida. La prensa actúa y analiza seleccionando los temas dentro de una oferta preestablecida en que el contenido se basa mayoritariamente en Tweets efímeros y vídeos pasajeros colgados en Youtube.

En el caso de Edward Snowden, sobre todo durante las primeras semanas, la BBC apenas dio cobertura ni siquiera permitió que fuese un titular importante en sus boletines la actuación de los servicios de inteligencia británicos. La destrucción de las supuestas pruebas en la sede del periódico El Guardian sirvió como advertencia pública: el oficio de periodista debería servir el interés del país que pretende servir y no el interés común. Allí se marcó otra línea roja.

Snowden, siempre etiquetado como “contractor” en los periódicos, no fue un asalariado simple, pero uno de los espías con mayor conocimiento de los proyectos de espionaje masiva. En el PSOE no hablan de golpes o levantamientos. Aquí los críticos proponen un proyecto diferente. Podemos nunca estaba, por dios no lo permitiría, ante un chisma. Y el PP sigue el partido más votado de España, aunque fueron sus mandatarios que gobernaron en solitario antes de perder su mayoría absoluta. Ya no más son los periodistas ni los escritores que definen conceptos o crean palabras.

Los Estados Unidos, unión con las mejores universidades del mundo por los ranking , siguen produciendo políticos y mandatarios que niegan el cambio climático y refutan los beneficios de una seguridad social generalizada. La universidad tiene profesores que piensan, escriben, pero en muchas ocasiones ya no más difunden o son fuente de noticias.

Anticipo:

El Castigo

Mientras los funcionarios europeos siguen preocupados cómo utilizar los 40+ días de vacaciones que les ofrecen las instituciones europeas, olvidarán que la población ya no más quiere suportar su desconexión con la ciudadanía. Las elecciones en Francia, Alemania y los Países Bajos darán la oportunidad a los ciudadanos para castigar a los gobernantes y funcionarios europeos por no eliminar las estructuras opacas de clientelismo o la rigidez burocrática.

La desinformación

Sean conglomerados privados o entidades públicas, la mayoría de los periódicos se convirtió en una plataforma de divulgación de datos e información. O en el caso de Rusia, de desinformación. En 2017 saldrá a la luz la intervención de Rusia en la política europea. La pregunta es si será ostentada la conexión de Marine Le Pen (y otras fracciones populistas) con Rusia en la prensa generalista.

La Ruptura

Agravante para la prensa europea ha sido la cobertura crítica de las elecciones estadounidenses para compensar su completa falta de análisis de la abominable situación política y económica del continente europeo. La situación en Grecia continúa siendo abominable, mientras Europa del este, con países como Polonia y Hungría a la cabeza, flirtean con un autoritarismo y populismo que se orienta hacia Rusia. Se anunciará también la ruptura de Europa, aunque nunca lo llamarán un divorcio… Trabajaremos a diferentes velocidades.

Favelas en Europa

La migración interna (o externa) desestabiliza el tejido social de Europa al generar los mismos efectos que conocieron algunos países latinoamericanos (como Brasil) después de la segunda guerra mundial por su migración interna: un aumento de pobreza y la creación de favelas y guetos. Pero en Europa no conocemos favelas, más bien son campos de refugiados. Falta observar los campamentos en el norte de Francia, que siguen en menor medida allí, para darse cuenta que existen zonas a 100km de la capital de Europa donde la pobreza y la impunidad son omnipresente. Olvidamos los campos en Grecia y Turquía.

El verdadero nexo político

El Brexit mostrará la verdadera cara de la elite londinense, que buscará un acercamiento con la nueva derecha que acaba de tomar las riendas en Estados Unidos. Los negociadores europeos, que siempre buscan actuar dentro de un marco consensuado, verán las limitaciones del proyecto europeo al no poder reaccionar de forma rápida y contundente. Grecia ya vio su primer ministro pisar el pie en el Kremlin, buscando apoyos financieros y dejar así implícitamente la hoja de ruta del proyecto europeo. Ahora parece ser Hungría que acaba de tomar el camino hacia Moscú.

Guerra sin armas

La falta de preparación y anticipación dentro del proyecto europeo en términos de defensa, por la falta de inversiones y la ausencia de una industria o I+D suficiente, dejó la Unión en una posición débil, pero más fuerte que el Reino Unido, que ahora tendrá que asociarse con regímenes menos democráticos para asegurar su abastecimiento y promover sus exportaciones.

El Mundo Universitario

Las Universidades, fuentes de sabiduría, siguen ensimismadas en su propio mundo, generando estudios y proyectos de investigación sin velar por su integración e interacción con su entorno. Con un presupuesto que sirve sólo para pagar la calefacción y pintar los muros, las Universidades europeas pierden un papel relevante dentro de la comunidad y se someten aún más a la docilidad intelectual. Europa sigue sustentando un sistema que subvenciona las investigaciones que benefician el rendimiento económico y no el bien común.

Opino

El público asume y reacciona, aunque a diferentes velocidades. Con la amenaza de guerra golpeando las puertas de Europa sin que esta esté preparada, una forma más autoritario de gobierno puede portar la preferencia de nuestros gobernantes, sean de izquierda o de derecha. Y mientras el público asume, la población sigue sin reaccionar. La pobreza se consolida, intelectual y social.

Kafka, voor een leefbaar Vilvoorde!

Toen ik in 2014 in Vilvoorde kwam wonen, vond ik er een aangenaam en bij wijlen drukke Leuvensestraat terug. De winkelstraat zou mijn thuis worden en ik vond het er best gezellig. Winkels dichtbij, niet te ver van het station, op een boogscheut van Brussel en makkelijk bereikbaar met de wagen.

Je kan hier op een zondag in je bloten door de straat lopen en niemand zal je opmerken”, klinkt het soms bij de Fabri en Café The Must. Vilvoorde heeft iets typisch, wat andere steden niet hebben. Spaanse feesten, de Jaarmarkt, een onverwachte Braderie, … de inwoners verbinden vlot de verschillende nationaliteiten en beoordelen zonder schroom wat reilt en zeilt.

Vilvoorde heeft ook een stadsbestuur met een visie. En over die visie wil ik het hebben. Een nostalgicus ben ik niet, noch verlang ik naar een verleden die waarschijnlijk nooit heeft bestaan. Een Vilvoorde zonder Brussel, dat bestaat nu eenmaal niet. Dat pure Vilvoorde heeft nooit bestaan, ook niet ten tijde van Jan van Casembroot.

Ik ben niet getogen noch geboren in Vilvoorde. Ik zat er niet op school. Ik woonde en studeerde in Brugge en daarna in Brussel en Madrid. Mijn overgrootvader leefde ook enige tijd in Vilvoorde, in een straat die nu ingenomen is door de Woluwelaan. Maar welk Vilvoorde hij toen vond, dat ging in de chaos van het verleden verloren. Enkele impressies deel ik graag met je.

Ik kijk naar mijn straat en ik aanschouw hoe snel de zaken kunnen veranderen. De stad heeft in amper 2 jaar tijd het geroezemoes van een bijenkorf (met alle voor -en nadelen) van zich afgeschud. De winkelstraat ligt er vandaag doods bij. Met uitzondering van een pop-up winkel die als een eenzame paddenstoel zich even tussen het gras uit laat zien, sluiten winkels gestaag. Met mondjesmaat worden ze vervangen door grote affiches die de leegstand benadrukken. In andere gevallen openen zich gelegenheden voor de nieuwe, modieuze roker. Winkels die aanvoelen als een B-film met een witte overbelichte achtergrond én ruiken als een slecht geparfumeerde bloemwinkel eisen hun plaats op.

De chocoladewinkel die Vilvoordse specialiteiten aanbood hield het maar enkele weken vol en de pittazaak die staat te koop. Mister Minit klaagde toen de werken begonnen, maar zijn gejammer is nooit meer weggeëbd. De man van de droogkuis is het moe en afficheert in grote letters zijn frustratie met het stadsbestuur. De kapper die knikt ’s morgens goeiedag en praat bedenkelijk over de veranderingen. Something is rotten in the kingdom of Vilvoorde.

Ik zag een echte barbier de deur openen. Waar vroeger Neuhaus was is nu een broodjeszaak. Een schoenenwinkel zag het licht. Jawel, Vilvoorde is niet dood. Toegang tot de Leuvensestraat is er niet meer gekomen. Iedere zaterdagmorgen is stiller dan voorheen. Het gezoem die stond voor een constante maar aangename drukte is weg. Vandaag ploeter je door de modder, onderweg naar het station, door een onafgewerkte Leuvensestraat.

Ik ben een vrij man, jawel, een burger die gelooft in rechten en plichten. Maar je kan je moeilijk een vrij man voelen in Vilvoorde dezer dagen, wanneer je, een week na het openstellen van de Leuvensestraat en tegen alle afspraken in, een paaltje ziet die je de toegang tot je woonst opnieuw blokkeert. Ik kan niet meer geloven in rechten en plichten wanneer er zonder communicatie en tegen alle afspraken in een deel van een straat voor alle verkeer wordt afgesloten met “veiligheid” als reden.

Ik kan niet meer aan mijn woonst, behalve dan op de uren aangeduid door het Gemeentebestuur. Op zondag kan ik niet meer laden of lossen, ook al is er geen kat in de straat. Wanneer ik dan uiteindelijk bel naar de verantwoordelijke bij de Administratie hoor ik dat er “inderdaad onvoldoende is gecommuniceerd”, maar dat “dat deze week nog zal gebeuren” en “de brief ligt klaar”. Op mijn brief naar de Burgemeester en de Schepen is nooit geantwoord. De werken slepen aan en dat doen ze nog steeds. Als klap op de vuurpijl worden tijdens het telefonisch gesprek alle zonden ook nog eens in de schoenen van de aannemer geduwd, aangezien “dit al enige tijd geleden besproken was met hem”, maar “hij de borden niet heeft geplaatst”. Oeps, betreft dit dan geen bewarende maatregel?

De explosieve cocktail van onwetendheid, amateurisme en arrogantie die hier werd voorgeschoteld heeft ook een hoge prijs. Apcoa is de nieuwe parkeergod en, mijn god, dat hebben we pas laat geweten. Een flyer tussen de reclamefolders deed me schrikken: een nieuw parkeerbeleid zou binnenkort in voege treden. Dat de communicatie te wensen overliet, daar was de Vilvoordse pers het over eens. Het aspect dat een bewonerskaart meer dan het dubbel zou kosten dan voorheen, werd minder belicht. Dat ook meer Vilvoordenaars de bijdrage zouden gaan betalen, werd pas na een petitie duidelijk belicht.

Jawel, ik ben een constructief man. Mijn vraag is dan: hoe kan je in Vilvoorde overleven zonder wagen? Openbaar vervoer is tijdrovend, wispelturig en de frequentie laat te wensen over. Cargovil heeft zoals vele bedrijfsterreinen een beperkte busdienst (één tot enkele ritten per uur, afhankelijk van het moment van de dag). Triestig feit is dat dit land meer en meer een land wordt gemaakt op maat van leerkrachten en ambtenaren. Woon je in Vilvoorde, dan heb je zowel een abonnement nodig van De Lijn, NMBS en de MIVB om je te bewegen. Iedereen die in shifts werkt, flexibele uren heeft, ’s avonds doorwerkt of eens een avondje uit wil in Brussel heeft het aards moeilijk zonder wagen. De prijs om mobiel te zijn in Vilvoorde en Brussel is hoog.

Maar laat ons eerlijk zijn, een debat ten gronde wordt niet gevoerd, of toch niet publiekelijk. Wie in Vilvoorde vroeg ooit om een ondergrondse parking? Wie stond ’s morgens op en zei: “God, ik denk dat we alle problemen kunnen oplossen door hier een parking onder te schuiven”. Vilvoorde heeft (en had) heel wat open ruimtes. De lokroep van de projectontwikkelaars is sterk, maar het antwoord van het Stadsbestuur is mediocre, een visie kan je dit niet meer noemen.

In 2012 kondigde Marc Van Asche aan dat er een ondergrondse parking zat aan te komen. In een proefproject 5 jaar geleden kwam al het inkomensverlies bij het autovrij maken van de Leuvensestraat aan het licht. Nu steunt CD&V actief de actiecomités tegen de ondergrondse parking. Mobiliteit in Vilvoorde kleurt inderdaad groen, maar dan niet van jaloesie.

Vandaag kwam de spreekwoordelijke druppel. In het even aftandse kantoortje als het vorige parkeerbedrijf is enkel het gezicht van de dame die me te woord staat gewijzigd. Voor me sakkert in het Frans een jonge kerel die zijn 50 EUR voor een bewonerskaart betaalt en ook nog eens verneemt dat voor de tweede wagen het nu 100 EUR is. Mij bevestigt de dame dat ik nu niet meer in de Nowélei kan parkeren, ook al woon ik er praktisch naast. Ik lig nu in zone B, aan de verkeerde kant. Pech gehad. Een eigen garage? Graag, maar welke en waar in de buurt zijn er beschikbaar? En de prijs, beste Hans?

Hoogmoed heeft altijd een prijs, maar misschien niet in de politiek. De vraag is dus op wie ik ga stemmen bij de volgende verkiezingen in Vilvoorde. Op de goeie, zoals ze altijd zeggen… Misschien moet ik toch zelf eens opkomen…

To Garrison Keiller: For the good times.

“From Minnesota Public Radio”. Four stubborn words introduced me in a gentle but elegant way to A Prairie Home Companion. Even before I knew its name or its origin, the Tishomingo Blues took me on a long journey I never imagined it would or even could. Without it, I would never have undertaken my venture into literature, Roots Music, Folk and Country. Its unique reflection of America allowed me to grasp the history and culture of all Americans. A diversity that is unique, profound but ever so interesting.

Those were the times, the young pristine days of the Internet, when the concept Social Network was unheard of and could only be conceived by an evil-minded programmer. Armed with little more than a 33.6 kbit/s Dial Up Internet Connection, all of us discoverers looked at the broad horizon of the information age, jumping from one internet site to another, hovering over the vast amounts of news and information being thrown on the Internet. We didn’t dare even to challenge let alone question the divine plan Google set out of providing us with the perfect e-mail experience. And yet, among all this seemingly organized chaos, I found each Saturday a portion of Arts, Literature, Political Satire and a good dosage of innocent laughter in something I thought had long disappeared: a live Radio Show with Audience.

Before long, and obliviously advocating the show at home as being one of my major discoveries, I had found a partner in crime. When I mentioned A Prairie Home Companion would be coming to Paris two years ago, my sister and I quickly ordered a couple of train tickets to take the train from Brussels to Paris. So keen we were on seeing the show in real life, at least as much we were disappointed when we found out the show had been canceled. We consoled ourselves we at least had booked ourselves a long weekend in Paris to visit friends, dive into the beautiful Quai d’Orsay museum and wander through many beautiful parks and streets.

A Prairie Home Companion aired first in 1974 and, whilst the date I believe does not matter, its history does. From a state and city which names are seldom found in sensational headlines, whose people are bluntly overlooked or, if lucky, vaguely mentioned when discusses statistics, came into existence through hard work, conviction and never without the necessary mount of self-critique, not only a show but a microcosm that allowed people to grow, create, express themselves and share their work.

I’m too young to talk about the changes in the show, hiccups, setbacks, tried and lost formats. I wasn’t even born when Garrison decided to leave the show to get married and spend time abroad. Minnesotans might be loyal, stubborn, studied and arts-loving, I can imagine Garrison wanting to open up the show for something bigger. As allows the art mastered by a good bartender, a mix is far better than the ingredients served apart. A Prairie Home Companion allowed all Quality Ingredients to be distilled into a sublime cocktail bridging convictions, dogmas and styles. Together, humor and satire delivered on the promised intoxication.

Today, 15 years later after first hearing the show through a jittery Internet audio stream, I still try to find the answers to life’s persistent questions as I doze off during Steering and Decisions Committees, Preparatory Board Meetings and Management Decision Orientation Reunions. At least now, I can attest life is flowing like Ketchup on French Toast.

For the good times, Garrison.